Op internet en sociale media circuleert onjuiste informatie over het belasten van de eigen woning in het voorstel voor het nieuwe box 3-stelsel. Het Ministerie van Financiën tracht een paar fabels de wereld uit te helpen door middel van een brochure.
Uitleg van het criterium: “anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken”. Dat het gebruik als hoofdverblijf twee jaar na de verkrijging is aangevangen, verhindert in dit geval niet dat het verlaagde tarief kan worden toegepast.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een belastingplichtige voor de eigenwoningregeling voldoet aan de voorwaarde dat de waardeverandering van de woning hem of zijn partner grotendeels aangaat (hierna: de 50%-eis) als de waarde van de grond in verhouding tot de grond en de opstal samen meer bedraagt dan 50%.
De Belastingdienst had al eerder een Tiny house' aangegeven dat deze voor de eigenwoningregeling of huurtoeslag in aanmerking kan komen. Maar wat als de periode maximaal 10 jaar bedraagt?
De vraag is voorgelegd of een verplaatsbare woning die voor een maximale periode van tien jaar op een fundering van betonplaten wordt geplaatst als eigen woning kan worden aangemerkt.
Belanghebbende is geregistreerd partner van X. Belanghebbende en X hebben een LAT-relatie en ieder een eigen koopwoning. Belanghebbende is het er niet mee eens dat slechts één van beide woningen in de eigenwoningregeling in box I kan worden opgenomen. Volgens haar is sprake van een ‘trouwboete’.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de eigenwoningregeling geldt als de belastingplichtige vóór de juridische levering van de woning besluit om niet in de nieuwe woning te gaan wonen.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord hoe de schuld die is aangegaan ter betaling van de kosten ter verkrijging van de schulden (de zogenoemde financieringskosten) moet worden bepaald als deze financieringskosten voor een deel betrekking hebben op een box 3-schuld.
De consumenten hebben in 2020 bij de geldverstrekker een hypothecaire geldlening met een rentevastperiode van 20 jaar tegen een rente van 1,95% per jaar afgesloten voor de financiering van hun woonhuis. In 2024 hebben de consumenten bij de geldverstrekker een aanvullende geldlening met een rentevastperiode van 10 jaar tegen een rente van 4,86% per jaar afgesloten voor de aankoop van een vakantiewoning.
De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of eigenwoningschulden die op 31 december 2022 bestaan, blijven vallen onder de overgangsbepaling van artikel 10a.23 van de Wet inkomstenbelasting 2001 als de schuld na deze datum wordt gebruikt voor de verwerving van een nieuwe eigen woning.
De Belastingdienst had eerder al gemeld dat bij de hoogte van de rente geen rekening gehouden wordt met een opslag van 25% op de in de markt geldende rentepercentages. Maar welk percentage dan wel?
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord over de situatie waarin een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige voor de aankoop van een bestaande woning in het buitenland een overeenkomst van geldlening bij een buitenlandse bank heeft afgesloten, waarin is overeengekomen dat de aflossing aanvangt op het moment dat de woning juridisch is geleverd.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord over de situatie waarin een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige een overeenkomst van geldlening met een nieuwbouw- of verbouwingsdepot bij een buitenlandse bank heeft afgesloten, waarin is overeengekomen dat de eerste 24 maanden niet wordt afgelost.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft een vraag beantwoord over de renteaftrektermijn in een situatie waarin een eigenwoningschuld in de periode van 2001 tot en met 2012 is afgelost, vervolgens een eigenwoningschuld wordt aangegaan voor de verbouwing, de woning wordt verkocht en een nieuwe woning wordt aangekocht.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord wat de fiscale gevolgen zijn als een belastingplichtige zijn bestaande eigenwoningschuld in het verleden deels heeft afgelost en hij vervolgens zijn bestaande eigenwoningschuld en eigenwoningschuld oversluit en een nieuwe schuld voor verbouwing aangaat.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een belastingplichtige de keuze heeft om de betaalde rente van de eigenwoningschuld niet in de aangifte op te geven, als hij wel recht op renteaftrek heeft.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een schuld weer als bestaande eigenwoningschuld kwalificeert, als een belastingplichtige met een eigen woning en een bestaande eigenwoningschuld na 31 december 2012 naar een huurwoning verhuist en vervolgens na een aantal jaren de oude woning weer als hoofdverblijf gaat gebruiken.
De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of eigenwoningschulden die op 31 december 2022 bestaan en bij een derde zijn afgesloten, en die na deze datum worden overgesloten naar de eigen vennootschap, onder de overgangsbepaling vallen van artikel 10a.23 van de Wet IB 2001. Dit is van belang om vast te stellen of een eigenwoningschuld buiten aanmerking blijft bij de toepassing van artikel 4.13, eerste lid, letter f, juncto artikel 4.14a van de Wet IB 2001.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een schuld, die bij de fiscale partner is aangegaan ter verwerving van de eigen woning en daardoor geen eigenwoningschuld is, door herfinanciering bij een bank kan worden aangemerkt als eigenwoningschuld.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of een aflossingsvrije lening, die niet voldoet aan de voorwaarden voor kwalificatie van eigenwoningschuld en in box 3 valt, kan worden geherkwalificeerd tot eigenwoningschuld.
De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of voor een erfgenaam voor bepaalde schulden, ontstaan door of vanwege een verkrijging krachtens erfrecht, het maximumbedrag van € 700.000 van artikel 4.14a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 verhoogd kan worden, zonder dat bij deze erfgenaam sprake is van een fictief regulier voordeel in de zin van artikel 4.14a van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de aflossingsvrije lening die vóór 2013 voor een in het buitenland gelegen woning is aangegaan als een bestaande eigenwoningschuld kan worden aangemerkt vanaf het moment dat belastingplichtige een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige is.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft de vraag beantwoord of de afkoopsom voor de afkoop van de periodieke erfpachtcanon voor een tijdvak van 50 jaar wordt aangemerkt als aftrekbare kosten met betrekking tot de eigen woning.
Waar komt de datum 28 oktober 2012 vandaan in de IB aangifte (en niet 31 december 2012 - overgangsrecht)? En waarom wordt gevraagd of het box 3 vermogen hoger is dan € 31.747 (heffingsvrij vermogen box 3 is in 2022 immers € 50.650).
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.