De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is ingegaan in 2017. Het kwam destijds in de plaats van de mobiliteitsbonus. De wet bestaat uit een drietal loonkostenvoordelen voor de werkgever. Door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en een andere uitspraak van de Hoge Raad, wordt de wet aangepast. Dit artikel gaat over die aanpassing.
Volgens een uitspraak van Rechtbank Gelderland (11 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:995) kwalificeren twee door een dga bij zijn eigen BV afgesloten leningen niet als eigenwoningschuld, omdat bij het “oversluiten” contractueel opnieuw een looptijd van 360 maanden werd afgesproken, waardoor – opgeteld met de al verstreken looptijd van de oorspronkelijke banklening – de maximale 360-maandstermijn uit de wet wordt overschreden.
Tijdens het Hypotheken Event op 11 februari deelde AFM-bestuurder Jos Heuvelman de visie van de AFM op de invloed van generatieve AI op de rol van de hypotheekadviseur en de toezichthouder. “In de toekomst wordt het adviesproces dus sneller, consistenter en minder foutgevoelig. Het zwaartepunt verschuift naar een adviseur als regisseur die verantwoordelijkheid draagt over het oordeel van de machine, in plaats van degene die alles zelf produceert.”
Na invoering van de forfaitaire vermogensrendementsheffing in 2001 tegen een verondersteld rendement van 4%, volgde een wijziging in de forfaits, daarna de Wet rechtsherstel box 3, de Overbruggingswet box 3 en de Wet tegenbewijsregeling box 3. In 2028 komt het volgende hoofdstuk in box 3: de Wet werkelijk rendement box 3 (WWR). Dit zal niet het laatste hoofdstuk zijn. Maar we kijken in dit artikel naar de belangrijkste wijzigingen die in 2028 doorgevoerd worden.
In 2025 was de gemiddelde transactieprijs van een bestaande koopwoning 480 duizend euro. In Blaricum betaalden kopers het meest met gemiddeld 1,1 miljoen euro, en in Kerkrade het minst met gemiddeld 270 duizend euro. In 2 gemeenten is de gemiddelde prijs boven de 1 miljoen euro, in 5 gemeenten is deze lager dan 300 duizend euro. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Kadaster.
Wanneer partners samenleven, kunnen hun vermogens op verschillende manieren met elkaar verweven raken. Als geld of vermogen van de ene partner wordt aangewend ten behoeve van het vermogen van de andere partner, kan een zogenoemd vergoedingsrecht ontstaan. In dit themanummer gaan we in op de vraag wanneer vergoedingsrechten ontstaan, hoe en welke verschillen daarbij bestaan tussen gehuwden (en geregistreerde partners) enerzijds en samenwoners anderzijds.
We beschrijven hier hoe vergoedingsrechten wettelijk geregeld zijn. In de praktijk blijken rechters soms van de wetgeving af te wijken, als die wet naar omstandigheden onredelijk uitwerkt.
Vereniging Eigen Huis (VEH) luidt opnieuw de noodklok: bij bijna één op de vijf VvE’s zijn de reserves te laag voor noodzakelijk onderhoud. Tegelijkertijd stijgen de maandlasten voor appartementseigenaren stevig. Dat maakt het steeds lastiger om groot onderhoud én verduurzaming betaalbaar en uitvoerbaar te houden – zeker in complexen met een kleine kas, veel achterstallig werk of verdeeld draagvlak.
Het Verbond van Verzekeraars waarschuwt dat veel huishoudens financieel kwetsbaar zijn als een partner overlijdt. Opvallend: niet alleen woningeigenaren, maar juist ook huurders – met name jonge gezinnen in de (duurdere) particuliere huursector – lopen het risico dat zij de woonlasten niet meer kunnen dragen.
De NVVK heeft samen met het Nibud een objectieve leefgeld-richtlijn opgesteld voor de schuldhulpverlening. Aanleiding: in de praktijk kwamen nog signalen voor dat mensen in een Msnp- of Wsnp-traject moesten rondkomen van “€ 50 per week”. Dat is volgens de nieuwe norm echt te weinig. De nieuwste richtlijn noemt voor een alleenstaande € 91 per week als minimum leefgeld.
Onlangs zijn door de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars de nieuwe UPO-modellen gepubliceerd. Voor de adviseur Vermogen en de adviseur Pensioen is het van belang dat zij op de hoogte zijn van de meest recente modellen, omdat hun advies mede afhangt van de inhoud van de pensioenregeling van hun klanten. Ook voor hypotheekadviseurs is het van belang de UPO-modellen te kennen en te kunnen interpreteren, om vast te stellen of de woonlasten betaalbaar blijven na pensionering.
De UPO-modellen zijn er in twee varianten: modellen die voldoen aan de Wtp en modellen die niet voldoen aan de Wtp (pre-Wtp). Gedurende de transitiefase zullen deze modellen naast elkaar blijven bestaan.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.