Kunnen fiscale partners de onderlinge verdeling van inkomsten en aftrekposten uit de eigen woning nog veranderen wanneer hun oorspronkelijke belastingaanslagen al definitief zijn geworden?
De Hoge Raad beantwoordt deze vraag in zijn arrest van 17 juli 2026 bevestigend, mits een navorderingsaanslag is opgelegd en die navorderingsaanslag nog niet onherroepelijk vaststaat. Het arrest betreft een weduwe en de erfgenamen van haar overleden echtgenoot. Zij ontdekten na het overlijden dat in de aangiften inkomstenbelasting over 2018 te veel hypotheekrente was afgetrokken. In herziene aangiften corrigeerden zij niet alleen de hoogte van de aftrek, maar wijzigden zij ook de onderlinge toerekening van de negatieve inkomsten uit eigen woning.
Kan een negatieve BKR-registratie worden verwijderd voordat de gebruikelijke bewaartermijn van vijf jaar is verstreken, wanneer die registratie de aankoop van een noodzakelijke gezinswoning verhindert?
Die vraag stond centraal in uitspraak 2026-0667 van de Geschillencommissie van Kifid van 10 juli 2026. De zaak ging over een consument die na een succesvol afgerond WSNP-traject financieel weer stabiel was geworden, maar door negatieve BKR-registraties geen hypothecaire geldlening kon verkrijgen. Haar gezin woonde noodgedwongen in een appartement dat voor vijf personen te klein was.
Het ministerie van Financiën heeft de internetconsultatie voor de Fiscale Verzamelwet 2028 geopend. Reageren kan van 16 juli 2026 tot en met 10 september 2026. Het verzamelwetsvoorstel bevat vooral technische, verduidelijkende en uitvoeringsgerichte maatregelen in meerdere belastingwetten. Beoogde inwerkingtreding is grotendeels 1 januari 2028.
Voor de hypotheek- en adviespraktijk springt één wijziging eruit: bij verhuizing wordt voor het eigenwoningforfait niet langer aangesloten bij de verhuisdatum zoals die in de BRP is vermeld, maar weer bij de feitelijke verhuisdatum. Het huidige artikel 3.112, zesde lid, Wet IB 2001 wordt volgens de consultatietekst geschrapt.
Het wetsvoorstel dat hospitaverhuur aantrekkelijker moet maken, ligt bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027. De kern: hospitaverhuur moet juridisch en praktisch beter uitvoerbaar worden, onder meer door een tijdelijk huurcontract van maximaal vijf jaar en ruimere opzeggingsmogelijkheden voor de hospita. Daarmee wordt een belangrijke belemmering voor woningeigenaren en kredietverstrekkers aangepakt. Maar fiscaal blijft een wezenlijk aandachtspunt bestaan.
D66 heeft Kamervragen gesteld over de fiscale behandeling van familiehypotheken en de rol daarvan bij de maximale leencapaciteit van huizenkopers. Aanleiding is de zogenoemde schenk-leenconstructie: ouders verstrekken een lening aan hun kind voor de eigen woning en schenken vervolgens jaarlijks een bedrag terug, waarmee rente en soms ook aflossing feitelijk worden gecompenseerd. De vragen zijn op 14 juli 2026 ingezonden door de Kamerleden Oosterhuis en Schoonis.
Kan een koopovereenkomst voor een woning worden vernietigd wanneer een oudere verkoper zijn woning voor een zeer laag bedrag verkoopt aan buren die hem regelmatig helpen?
Mijn klant heeft een eigen woning. Daarop rust een EWS. De rente is dus aftrekbaar. De klant heeft een partner. Kan die partner de rente aftrekken van haar belastbare inkomen?
Uit de nieuwste kwartaalcijfers van het CDFD blijkt dat het slagingspercentage voor initiële Wft-examens opnieuw laag blijft. In de periode april tot en met juni 2026 werden 4.840 initiële examens afgelegd. Daarvan werd 45,2% succesvol afgerond. Bij de PE-examens ligt het beeld duidelijk anders: van de 911 afgelegde PE-examens werd 86,7% met succes afgerond.
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000 en willen de woning financieren met een maximale eigenwoningschuld. Ze willen daarbij via een draagplichtovereenkomst het eigenwoningverleden gescheiden houden.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd met een draagplichtovereenkomst?
Meneer A en mevrouw B gaan in 2026 samen een woning kopen. A en B zijn ongehuwd. En ze blijven ook ongehuwd. A en B hebben elk een eigen woning, met een eigenwoningschuld.
A heeft sinds 2010 een bestaande eigenwoningschuld (BEWS) van €100.000 aflossingsvrij. Die schuld bestaat nog. Het is zijn eerste en enige eigenwoningschuld. Meneer verkoopt nu zijn woning voor €420.000 en lost daarmee de BEWS af.
B heeft sinds 2016 een eigenwoningschuld. Het is haar eerste eigenwoningschuld. Het is een annuïteitenhypotheek. Die was oorspronkelijk €300.000 en is door annuïtaire aflossingen nu nog €236.000. Zij verkoopt haar woning voor €480.000 en lost daarmee haar eigenwoningschuld af.
Ze kopen gezamenlijk een woning van €900.000. Ze kiezen voor de wettelijke regeling.
Hoe moet je vaststellen hoe hoog de maximale eigenwoningschuld op deze woning is en hoe die in verschillende leningdelen moet worden opgebouwd?
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg toegang tot de Kennisbank, Rekenmodellen en Helpdesk.