De discussie over de 30-jaarstermijn van de hypotheekrenteaftrek (HRA) laait opnieuw op. Aanleiding zijn schriftelijke Kamervragen van het Kamerlid Vermeer (BBB) d.d. 12 februari 2026 over het aflopen van de termijn vanaf 2031 én het risico op uitvoeringschaos en budgettaire derving.
De kern: als vanaf 2031 voor een grote groep (deels) niet meer te controleren is wie al 30 jaar aftrek heeft gehad, ontstaat het risico dat aftrek “stilzwijgend” doorloopt. Vermeer vraagt daarom expliciet: wat zijn de jaarlijkse budgettaire gevolgen als de termijn wordt verlengd tot bijvoorbeeld 2040?
Het aantal verkochte woningen in de bestaande woningvoorraad bereikt in 2025 weer het niveau van voor de Coronacrisis, waarbij de verkoopprijzen meer gematigd stijgen zoals in de periode voor 2020. Hoewel de nieuwbouwmarkt in aanbod, verkoop en opleveringen nog onder het niveau van voor 2020 presteert, is er sinds tweeënhalf jaar wel een duidelijke opwaartse trend waar te nemen. Daaraan gekoppeld herstelt de hypotheekmarkt zich snel (meer offertes en meer toegekende hypotheken) en normaliseert deze (relatief meer hypotheken voor aankoop woning). Dit blijkt uit de gegevens in de tweeënvijftigste Monitor Koopwoningmarkt (vierde kwartaal 2025).
De Tweede Kamer heeft op donderdag 12 februari 2026 ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (kamerstuk 36 748). Eerder die dag is gestemd over de ingediende amendementen. Daarbij is slechts één amendement aangenomen: het amendement van Inge van Dijk (36 748, nr. 11).
De vastgelopen woningmarkt kan alleen worden vlotgetrokken met sectoroverstijgend beleid en expliciete keuzes. In een nieuw Perspectief op de woningmarkt laat het Centraal Planbureau (CPB) zien dat maatregelen in één deel van de woningmarkt doorwerken in andere sectoren. Extra steunmaatregelen kunnen de krapte vergroten en betaalbaar bouwen vraagt onvermijdelijk om keuzes over locatie en subsidie.
Sinds de invoering van de Wet differentiatie overdrachtsbelasting in 2021, is het aantal rechtszaken over het toe te passen tarief in de overdrachtsbelasting zeer hard gestegen. Dat is niet zo gek, want het maakt nogal wat uit of je 0%, 2% of 8% van de woningwaarde moet afdragen. Omdat de wet destijds nogal onduidelijk is opgesteld, zijn er ook genoeg openingen te vinden om over te procederen. In dit artikel pakken we één van die openingen eruit: het criterium ‘onvoorziene omstandigheden’ dat een rol speelt bij de vaststelling of er wel of geen naheffing in de overdrachtsbelasting (OVB) plaatsvindt.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99