In 2016 is een verkeersongeval ontstaan toen een passagier van een motorrijtuig tijdens het rijden aan de handrem trok. Alle inzittenden inclusief de bestuurder die aan het stuur zat, raakten gewond. Een van de passagiers overleed een dag na het ongeval aan zijn verwondingen. De bestuurder die aan het stuur zat sprak de WAM-verzekeraar van het motorrijtuig aan voor de door hem geleden schade. De WAM-verzekeraar wees de claim af omdat er géén dekking is op de verplichte WAM-verzekering voor de schade aan de bestuurder. De vraag was of deze bestuurder nog wel als bestuurder kon worden beschouwd nu een van de inzittenden de besturing had overgenomen door aan de handrem te trekken.
In de Staatscourant is op 20 februari 2026 een ministeriële regeling gepubliceerd waarmee de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor 2025 in box 3 worden vastgesteld voor de categorieën banktegoeden en schulden. Daarnaast worden twee indexatie-omissies hersteld in de Wet LB 1964 en de Belastingwet BES.
De belastingplichtige (hierna: de man) en zijn partner (hierna: de vrouw) hebben op beider naam een kapitaalverzekering eigen woning (hierna: KEW). Het tegoed op de KEW behoort aan beiden voor de helft toe. De man en vrouw scheiden. In het echtscheidingsconvenant is bepaald dat de man de eigen woning en de eigenwoningschuld (hierna: EWS) krijgt toebedeeld. Die toedeling heeft al plaatsgevonden. De vrouw woont in een huurwoning. Bij de aanbieder heeft nog geen wijziging in de tenaamstelling van de KEW plaatsgevonden. De KEW staat dus nog zowel op naam van de man als de vrouw.
De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) is ingegaan in 2017. Het kwam destijds in de plaats van de mobiliteitsbonus. De wet bestaat uit een drietal loonkostenvoordelen voor de werkgever. Door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep en een andere uitspraak van de Hoge Raad, wordt de wet aangepast. Dit artikel gaat over die aanpassing.
Volgens een uitspraak van Rechtbank Gelderland (11 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:995) kwalificeren twee door een dga bij zijn eigen BV afgesloten leningen niet als eigenwoningschuld, omdat bij het “oversluiten” contractueel opnieuw een looptijd van 360 maanden werd afgesproken, waardoor – opgeteld met de al verstreken looptijd van de oorspronkelijke banklening – de maximale 360-maandstermijn uit de wet wordt overschreden.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99