De procedure betrof oorspronkelijk een geschil over de WOZ-waarde van een woning. In september 2008 had de huiseigenaar beroep ingesteld bij Rechtbank Breda. In december 2008 bereikten de huiseigenaar en de gemeente een compromis over de WOZ-waarde. In januari 2009 berichtte de huiseigenaar de rechtbank dat het beroep als ingetrokken kon worden beschouwd als de gemeente in de proceskosten zou worden veroordeeld.
De rechtbank wees op een specifieke wetsbepaling uit de Awb. Deze bepaling geeft aan dat een bestuursorgaan (in dit geval de gemeente) op verzoek van de indiener van het beroepschrift kan worden veroordeeld, als het bestuursorgaan tijdens de beroepsfase geheel of gedeeltelijk aan de grieven tegemoet is gekomen. Dat was het geval. De gemeente meende echter dat de huiseigenaar toch geen recht had op een proceskostenvergoeding en voerde daarvoor allerlei verweren aan die volgens de rechtbank om uiteenlopende redenen niet steekhoudend waren. De rechtbank stelde voorts nog vast dat de gemeente niet had gesteld dat de hoogte van een eventuele proceskostenvergoeding onderdeel was geweest van het compromis en dat dit ook niet op enig andere wijze aannemelijk was geworden.
Een van de inhoudelijke verweren van de gemeente tegen de proceskostenveroordeling betrof het argument dat de huiseigenaar geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten had gemaakt, omdat hij een rechtsbijstandsverzekering had afgesloten. De rechtbank maakte echter op dat geen onderscheid wordt gemaakt in gevallen waarin men wel en waarin men geen particuliere voorziening heeft getroffen zoals een rechtsbijstandsverzekering of een rechtsbijstand insluitend lidmaatschap van een vakbond. Beide categorieën komen in gelijke mate in aanmerking voor vergoeding van kosten van rechtsbijstand onder het besluit.
Bron: PricewaterhouseCoopers, 22-08-2009
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99