Na de subprime-hypotheekcrisis, blijken ook beleggingen in overheden geen keiharde garantie te zijn. Banken en verzekeraars met beleggingen in bijvoorbeeld Griekenland zijn de klos. Beleggers hebben geen vertrouwen meer en dumpen massaal de financiële instellingen op de beurzen. De afgelopen maand gingen de koersen van Europese banken en verzekeraars ruim 18 procent omlaag, terwijl de aandelenindex bijna 12 procent daalde.
Verzekeraars en banken beleggen traditioneel veel in overheidsleningen. Levensverzekeraars dekken daarmee hun verplichtingen aan polishouders af, en banken zien het als manier om hun liquide middelen aan te houden.
Per saldo heeft de crisis rond Grieks staatspapier de instellingen sinds begin dit jaar nog geen geld gekost. Daar waar obligaties van bijvoorbeeld Griekenland en Spanje in waarde daalden, stegen de leningen van Duitsland, Frankrijk en Nederland juist in koers.
Beleggers kijken echter een stap verder. Zij vrezen niet alleen de directe blootstelling aan Grieks staatspapier. Ze gaan ervan uit dat vooral banken nog meer belangen hebben in Griekenland, bijvoorbeeld leningen aan Griekse banken. En niemand weet welke bank zaken doet met welke bank. Zoals niemand wist welke bank diep in Amerikaanse subprime-hypotheken had belegd. En welke banken nog moesten afboeken op gestructureerde leningen.
Na de hypotheken en gestructureerde leningen zijn nu dus de staatsobligaties aan de beurt. Eerst die van Griekenland, maar hoe zit het met Portugal of Spanje? Hoe wordt hun kredietwaardigheid beoordeeld? En wie – banken, verzekeraars, pensioenfondsen – heeft grote, langdurige belangen in dit soort landen? En waarin kunnen instellingen als pensioenfondsen, banken en verzekeraars nog wel beleggen om hun buffers zeker te stellen?
Bron: FD, 08-05-2010
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99