Iemand kocht een woning. Zestien maanden later kocht hij de aangrenzende woning erbij. De twee tuinen grenzen aan elkaar. Voor beide woningen had hij een lening afgesloten. Uiteraard wilde hij de rente voor beide woningen aftrekken. De fiscus zei: "dit zijn twee woningen, je mag slechts voor één woning de rente aftrekken. Dat staat in iedere belastingalmanak." De belastingbetaler repliceerde: "ik beschouw de twee woningen als één." Deze stelling was weinig kansrijk. Het betrof immers twee kadastraal afzonderlijke objecten. Beide woningen waren zelfstandig op gas, elektra en water aangesloten. Bij een procedure voor de belastingrechter is het vaak handig meerdere stellingen in te nemen. Je kiest een primaire stelling, waarvan je het meeste succes verwacht. Daarnaast neem je, voor de zekerheid, één of meer alternatieve stellingen in: zogenaamde subsidiaire stellingen. Als subsidiaire stelling had de belastingplichtige ingenomen dat de bijgekochte woning een "aanhorigheid" was van de eerste woning. Dat is enigszins ongebruikelijk, omdat een aanhorigheid meestal een stuk grond is of een garage, maar niet een zelfstandige woning. Aanhorigheid wil zeggen dat het onderdeel uitmaakt van de hoofdzaak. Het hoort erbij, waardoor de renteaftrek gewaarborgd is.
Rechtbank Haarlem stelde de Belastingdienst in het gelijk. Belastingplichtige liet het er echter niet bij zitten en ging in hoger beroep bij gerechtshof Amsterdam. Deze honoreerde de subsidiaire stelling. De omstandigheid dat een woning als een zelfstandige woning kan worden gebruikt en daarvoor ook eerder is gebruikt, betekent niet automatisch dat geen sprake kan zijn van een aanhorigheid. In casu is de tweede woning een aanhorigheid van de eerste. Beide tuinen zijn tegen behoorlijke kosten als een geheel aangelegd waarbij de tuinpaden beide opstallen en de garage onderling verbinden. Na de bouwkundige inspanningen resteerde bovendien slechts één toegangsweg naar beide opstallen en de garage. Het niet-bewoonde pand is in gebruik bij de bewoners als opslagruimte, hobbyruimte en gastenverblijf en als zodanig dienstbaar aan het bewoonde pand. Zo stelde de belastingplichtige de renteaftrek voor de "tweede woning" veilig. Deze casus vormt een mooie illustratie van de stelling dat het kan lonen om tegen de zienswijze van de Belastingdienst in te gaan.
Hof Amsterdam 23 maart 2009, nr. 07/00877
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99