Na aanvaarding van het wetsvoorstel zal de fiscale pensioenrichtleeftijd in 2014 worden verhoogd naar 67 jaar en wordt de jaarlijkse opbouwruimte beperkt tot ten hoogste 1,9% voor regelingen gebaseerd op het eindloonstelsel en ten hoogste 2,15% voor regelingen gebaseerd op het middelloonstelsel.
Vraag:
Moet na het invoeren van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd in een pensioenregeling van een werknemer die na 1949 is geboren altijd een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar of ouder worden opgenomen?
Antwoord
Nee. Ook na het invoeren van de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, waarbij de pensioenrichtleeftijd met ingang van 2014 wordt verhoogd naar 67 jaar, mag in een pensioenregeling van een werknemer die na 1949 is geboren een pensioenrichtleeftijd lager dan 67 jaar worden opgenomen. Voorwaarde is dat de omvang van het op te bouwen ouderdomspensioen niet hoger is dan het op basis van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen naar de lagere pensioenrichtleeftijd herrekende fiscaal maximale ouderdomspensioen ingaande op 67 jaar. Dit volgt uit artikel 18a, zesde lid, van de Wet LB. Deze herrekening kan zowel plaatsvinden in de opbouwfase als op de ingangsdatum van het pensioen. In de opbouwfase leidt de herrekening tot een lagere jaarlijkse maximale opbouw voor het ouderdomspensioen.
In het overzicht hieronder (zie downloads - Maximale opbouw) zijn de maximale, herrekende opbouwpercentages opgenomen voor ouderdomspensioen ingaande op 67, 66, 65, 64, 63, 62, 61 en 60 jaar.
Vraag:
Wat is het effect van de verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar en de voorgenomen beperking van de jaarlijkse opbouwruimte voor de door de belastingdienst gepubliceerde premiestaffels
Antwoord:
Als het genoemde wetsvoorstel wordt aanvaard, zijn nieuwe premiestaffels nodig. Door de verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar zal er een extra leeftijdklasse 65 tot en met 66 jaar aan de staffels worden toegevoegd. Daarnaast worden de jaarlijkse premiepercentages aangepast aan het premiebedrag dat nodig is voor de aankoop van een ouderdomspensioen van ten hoogste 2,15% op basis van het middelloonstelsel met een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar.
Bovendien zal er een nieuwe bijlage moeten worden toegevoegd, op basis van bruto-staffels met pensioenrichtleeftijd 67 en gericht op een opbouw van ten hoogste 2,15% middelloon. Deze extra staffels zijn nodig, omdat in het besluit van 21 december 2009 de toezegging is gedaan dat men tot 2015 uit mag blijven gaan van bruto-staffels.
Hierna zijn de cijfermatige uitwerkingen opgenomen van de verschillende premiestaffels, aangenomen dat het thans aanhangige wetsvoorstel ongewijzigd wordt aanvaard door het parlement. Bij onderstaande premiestaffels is rekening gehouden met de meest recente overlevingstafels GBM/GBV 2005/2010. De overige rekengrondslagen zijn gelijk aan die van het besluit.
Ingeval de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd wordt aanvaard, zullen de staffels uit besluit van 21 december 2009, nr. CPP2009/1487M als volgt komen te luiden: (zie downloads - Collectieve premiestaffels)
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99