De curatoren van DSB Bank doen elf constateringen, waarvan er vijf als oorzaak van het faillissement kunnen worden aangemerkt. Bij DSB Beheer vormt één van de vier constateringen van curatoren een belangrijke oorzaak van het faillissement.
Voor beide trajecten geldt nadrukkelijk dat curatoren zich niet uitlaten over de vraag of bepaalde personen of instellingen aansprakelijk gesteld kunnen worden voor (een deel van) de schade die door de faillissementen is veroorzaakt. Daarvoor is nadere analyse van de rapporten en van de juridische mogelijkheden noodzakelijk.
De curatoren van DSB Bank, mr. R.J. Schimmelpenninck en mr. B.F.M. Knüppe, hebben na het afronden van het onderzoek, bestaande uit een rapport van 421 pagina's (exclusief bijlagen) elf constateringen geformuleerd, gebaseerd op onder meer de beschikbare bronnen binnen DSB Bank en gesprekken die zijn gevoerd met betrokkenen:
Curator Rutger Schimmelpenninck: "Al met al ontstaat het beeld van een bank die te snel was gegroeid, organisatorisch zwak was, een gebrekkige governance kende met onvoldoende toezicht. En een bank met een cultuur waar derden in de praktijk weinig invloed op konden uitoefenen."
De curatoren van DSB Beheer, mr. drs. J.L.M. Groenewegen en mr. R.J. Schimmelpenninck, hebben na het afronden van het onderzoek, bestaande uit een rapport van 115 pagina's (exclusief bijlagen) vier constateringen geformuleerd, gebaseerd op onder meer beschikbare bronnen binnen DSB Beheer en gesprekken die zijn gevoerd met betrokkenen:
Curator Marcel Groenewegen: "Wij hebben moeten constateren dat DSB Beheer niet professioneel werd geleid. Verplichtingen die veelal te maken hadden met hetgeen Dirk Scheringa belangrijk vond - zoals kunst en sport - werden aangegaan zonder een realistische financiële planning, ook nog toen duidelijk werd dat men niet meer kon rekenen op de daarvoor benodigde middelen van DSB Bank en de eigen verzekeraars."
Het resultaat van het onderzoek vindt u door op deze link te klikken.
Bron: DSB Bank
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99