"DNB gaat in deze analyse uit van twee scenario’s. Aan de ene kant van het spectrum ligt een scenario waarin de banken de kosten van de bankenbelasting volledig doorberekenen aan de klanten via hogere kredietrentes (scenario 1). Het effect van de bankenbelasting op de kredietverlening komt volgens DNB dan uit op gecumuleerd €10 mrd. in 10 jaar tijd waarbij de huizenprijzen maximaal zo’n 1 à 2% zullen dalen.
Dit is het gevolg van hogere kredietrentes die leiden tot een lagere vraag naar krediet en, op de korte termijn, van een beperking van het aanbod van krediet vanwege kapitaalschaarste. Een bankenbelasting die ieder jaar wordt geheven, zal bij doorberekening leiden tot permanent hogere kredietrentes en een permanent lagere kredietvraag dan in een situatie zonder bankenbelasting.
Aan de andere kant van het spectrum is een scenario beschouwd waarbij de banken niet in staat zijn om de belasting door te berekenen en bovendien al hun winst nodig hebben om hun kapitaalbuffers te versterken (scenario 2). Dit heeft tot gevolg dat de bankenbelasting volledig ten koste gaat van het eigen vermogen van de bank. Dit gaat onvermijdelijk gepaard met balansverkorting waardoor de kredietverlening in Nederland jaarlijks ruim €20 mrd. lager uitvalt dan in een situatie zonder bankenbelasting. In dit scenario heeft DNB een huizenprijsdaling van circa 19% ingeschat.
De geschetste scenario’s geven als het ware een bandbreedte aan. Het verwachte effect van de bankenbelasting op de kredietverlening zal een combinatie zijn van de twee scenario’s, aangezien verschillende banken in verschillende posities verkeren. De uitkomst zal daardoor ergens tussen deze twee scenario’s in liggen. Wel is het zo dat naarmate de bankenbelasting hoger wordt meer banken te maken krijgen met kapitaalschaarste waardoor mogelijkheden uitgeput raken om bij balansverkleining de binnenlandse kredietverlening te ontzien. Het tweede scenario komt dan dichterbij."
Zie download volledige document (pdf - 6 blz.)
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99