Belanghebbende betwist niet dat de Inspecteur de Wet op de juiste wijze heeft toegepast doch betoogt dat sprake is van een bij artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM verboden ongelijke behandeling, omdat de door de Wet voor winstgenieters gefacilieerde pensioenopbouw (zoals vastgelegd in artikel 3.124 in combinatie met artikel 3.127 van de Wet) een beperktere mogelijkheid biedt tot fiscaal gefaciliteerde opbouw van de pensioenvoorziening dan de Wet, in combinatie met de Wet op de loonbelasting 1964, aan in dienstbetrekking werkzame personen biedt.
Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een met artikel 26 IVBPR en artikel 14 EVRM strijdige ongelijke behandeling, moet worden vooropgesteld dat die bepalingen niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verbieden, doch alleen die welke als discriminatie moet worden beschouwd omdat een redelijke en objectieve rechtvaardiging ervoor ontbreekt. Hierbij verdient opmerking dat op fiscaal gebied aan de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toekomt bij het beantwoorden van de vraag of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om gelijke gevallen niettemin in verschillende zin te regelen.
De ondernemer kan zijn/haar aftrek van jaarruimte en reserveringsruimte slechts toepassen voor zover deze volgt uit artikel 3.124 en 3.127 Wet IB2001.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99