Voorstellen
De commissie stelt voor de fiscale aftrek van de hypotheekrente voor zowel nieuwe als bestaande gevallen te laten plaatsvinden via een forfaitair-annuïtair verloop. De commissie is derhalve voorstander van een gelijke fiscale behandeling van nieuwe en bestaande gevallen. (Volledig) aflossen wordt niet verplicht, maar fiscaal wel gestimuleerd.
Daarnaast stelt de commissie voor om de aftrek voortaan te laten plaatsvinden tegen het tarief van de eerste schijf. Daarmee wordt het verschil met het tarief waarmee spaargeld wordt belast in box 3 aanzienlijk teruggebracht, wat de arbitragemogelijkheid tussen beide boxen sterk verkleint. Het is cruciaal dat de opbrengsten van de maatregelen voor honderd procent worden teruggegeven in de vorm van tariefverlaging, bij voorkeur zoveel mogelijk waar het wordt weggehaald.
De effecten op de huizenprijzen zijn slechts twee procent negatief ten opzichte van de voorstellen die het kabinet Rutte al had gedaan en structureel
drie à vier procent positief.
Essentieel is verder dat de overheid een voorziening treft voor de zogenoemde restschuldproblematiek als de woning “onder water” staat. De rente op de restschuld blijft gedurende twaalf jaar aftrekbaar als eigen woningrente. Verder stelt de commissie een fonds à la NHG voor, gefinancierd uit een beperkte opslag op hypotheken, die eventuele schulden opvangt. Als deze restschuldproblematiek niet wordt opgelost, ontstaat een zichzelf versterkend mechanisme waarbij de huizenprijzen onder druk blijven staan.
De Commissie stelt ook voor de overdrachtsbelasting geheel af te schaffen.
Door de inkomstenbelasting aan te passen hebben huishoudens geen prikkel meer om de hypotheekschulden te maximaliseren.
Mogelijkheden
De commissie ziet mogelijkheden om de arbeidsparticipatie te bevorderen met het oog op de vergrijzing, om de risico’s op de financiële markten te verkleinen, om de woningmarkt weer op gang te brengen, om het stelsel doorzichtiger te maken voor burgers door minder geld rond te pompen, en tot slot om de belastingopbrengst robuuster te maken.
De commissie ziet mogelijkheden voor vereenvoudiging van de inkomstenbelasting en verlaging van de belastingtarieven.
Huizenprijzen
De gemiddelde huizenprijsdaling in 2017 wordt door het CPB geraamd op 6,9 procent, waaraan de additionele ingrepen van de commissie voor circa 1,7 procent bijdragen. De huurprijzen stijgen gemiddeld met 7,4 procent, waaraan de voorstellen van de commissie voor 2,2 procent bijdragen. Op de lange termijn zullen de huizenprijzen zich relatief gematigd ontwikkelen, zodat de structurele huizenprijzendaling zelfs iets minder groot uitvalt dan in 2017. Ingrepen op de woningmarkt, waarmee duidelijkheid wordt verschaft en waarvan de opbrengst gericht wordt teruggesluisd, hoeven niet te leiden tot grote woningmarkteffecten.
Rapport
Het rapport is onderaan als download beschikbaar (pdf 128 pag.) In paragraaf 4.4 (pagina 62 - 70) wordt uitgebreider op de woningmarkt ingegaan.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99