De maatregelen uit het lente- en regeerakkoord hebben een stevig negatief effect op de woningbouwproductie in de komende jaren. Dit geldt zowel voor de koopsector als de huursector. Belangrijkste oorzaken hiervan liggen bij de beperking van de hypotheekrenteaftrek en de verhuurderheffing richting de corporaties.
Voor de koopsector liggen oplossingen bij het beperken van kredietrantsoenering van starters en het bevorderen van concurrentie en voldoende aanbod van kapitaal op de hypotheekmarkt.
Huurliberalisatie en verhuurderheffing
In een aparte notitie wordt ingegaan op de gevolgen van de huurliberalisatie en de verhuurderheffing richting de corporaties. Uit de analyse blijkt dat de corporaties de jaarlijkse operationele kasstroom zien verslechteren met € 1 miljard in 2017 (in prijzen 2012). Dit resultaat verschilt sterk van de berekeningen van het CPB. In de berekeningen van het CPB is uitgegaan van woningprijzen zoals die voor de crisis golden en lijkt geen rekening te zijn gehouden met de te hanteren liberalisatiegrens voor inkomens tot € 43.000 per jaar. Hierdoor bedroeg de door het CPB berekende ruimte voor huurverhogingen € 2,2 miljard in 2017. Als uitgegaan wordt van de huidige woningwaarden en de door het kabinet aangegeven liberalisatiegrens voor inkomens tot € 43.000 dan is de huurruimte in 2017 niet € 2.2 miljard, maar € 600 miljoen (in prijzen 2012). Het tekort ontstaat door deze opbrengst te confronteren met het deel van de verhuurderheffing voor corporaties van € 1,6 miljard (prijzen 2012).
De notitie Verwachtingen voor de bouwproductie na het Regeerakkoord en het rapport Regeerakkoord en woningcorporaties zijn te downloaden door op de titel te klikken.
Bron: EIB
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99