Reactie staatssecretaris
"Bij de introductie van de vermogensrendementsheffing is het forfaitaire rendement gesteld op 4%. Deze 4% is het langjarig gemiddelde risicovrije rendement dat een belastingplichtige geacht wordt te kunnen te behalen op zijn box 3-vermogen. Destijds is het rendement op staatsobligaties gebruikt als benchmark. Gemiddeld houdt ook in dat er jaren zullen zijn dat het rendement lager is dan 4%, wat voor spaargeld in deze jaren het geval is. Er is gekozen voor een langjarig vaststaand gemiddeld forfaitair rendement, omdat de opbrengst van box 3 hierdoor solide en vrij constant is, en niet één op één met de marktontwikkelingen mee fluctueert, zoals bijvoorbeeld met de AEX-index. In mijn Fiscale agenda is uitgebreid bij box 3 en het forfaitaire rendement stilgestaan. Ik begrijp goed dat bij veel mensen onvrede leeft over de hoogte van het forfaitaire rendement in box 3, maar een oplossing heb ik daar op dit moment niet voor, ook al omdat de budgettaire middelen ontbreken om bijvoorbeeld het fictief rendement (al dan niet tijdelijk) te verlagen. De commissie-Van Dijkhuizen kijkt ook naar de vermogensrendementsheffing. We zullen vervolgens zien of de resultaten van de commissie de Kamer aanleiding geven om de discussie verder te voeren."
Alternatief voor fictief rendement invoering van vermogenswinstbelasting?
"De reden dat de vermogensrendementsheffing per 1 januari 2001 is ingevoerd, was dat de wetgever een einde wilde maken aan allerlei ontwijkgedrag. Er kwamen volop producten in omloop waarbij rente en dividend werden omgezet in vermogensaanwas. Daardoor steeg de waarde van het product, maar werden geen opbrengsten (vermogensinkomsten) gerealiseerd en dus geen belastingopbrengst behaald. Wij kenden immers geen vermogensaanwasbelasting. Er waren dus vele mogelijkheden om het echte rendement te drukken en onbelast waardevermeerderingen te realiseren. In de jaren ’90, een tijd dat het vermogen heel hard groeide in Nederland, nam de belastingopbrengst uit vermogen als percentage van het BBP af. Daarom is gekozen voor een systeem van een forfaitaire vermogensrendementsheffing. Inderdaad hebben de meeste andere Europese landen een vermogenswinstbelasting. De opzet van deze belastingen verschilt van land tot land. Bij de voorbereiding van de belastingherziening die geleid heeft tot de Wet inkomstenbelasting 2001 is uitgebreid gekeken of de invoering van een vermogenswinstbelasting in Nederland wenselijk zou zijn. De conclusie was toen dat een vermogenswinstbelasting zou leiden tot grote administratieve lasten en uitvoeringskosten, en dat het genoemde ontwijkgedrag minder makkelijk kon worden tegengegaan dan bij een forfaitaire vermogensrendementsheffing. Die conclusie is naar huidige inzichten nog steeds valide. Ik heb dan ook geen voornemen om een voorstel te doen voor de invoering van een vermogenswinstbelasting."
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99