Aan de Belastingdienst is gevraagd of naast de tegemoetkoming voor Stamrecht BV's ook verzekeringen en bancaire stamrechtrekeningen na 1 januari 2014 geopend kunnen worden. Wij kregen de volgende (deel)reactie op onze vragen:
"Voor bankspaarproducten wijs ik u er op, dat de storting in het bankspaarproduct vóór 1 januari 2014 moet zijn gedaan. Dit vloeit voort uit de wettekst van artikel 11a van de Wet LB."
=========== AANVULLING 14 november 2013 ====================
Staatssecretaris Weekers zei 13 november jl.: "Mevrouw Schouten, de heer Klein en de heer Koolmees vragen of de afbakening van het overgangsrecht stamrechtvrijstelling ook geldt voor de bankspaarvariant. Dat is het geval. Het geldt voor alle vormen van stamrechten." Hiermee overruled hij het 'standpunt' van de Belastingdienst.
--------------------Hierna vervolg nieuwsartikel 11 november 2013---------------
Hieronder een citaat uit de Kamerstukken:
Stamrechten
Diverse leden hebben verzocht om de voorwaarden die ik in het wetgevingsoverleg genoemd heb voor de afbakening van een op 31 december 2013 bestaand stamrecht ook in een brief uiteen te zetten. Ten eerste is het essentieel dat de aard en omvang van de vrijgestelde stamrechtaanspraak op 31 december 2013 voldoende bepaald of bepaalbaar is. Dit betekent dat vóór 1 januari 2014 een stamrechtovereenkomst getekend dient te zijn. Hieruit moet blijken dat de werkgever aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon.
Of een aanspraak op periodieke uitkeringen die ingaan bij het overlijden van de werknemer en toekomen aan zijn echtgenoot of kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet hebben bereikt. De periodieke uitkeringen mogen niet later ingaan dan in het jaar waarin de werknemer de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Dit is conform de wettelijke regeling voor de stamrechtvrijstelling. Ten tweede dient uit die overeenkomst tevens te blijken dat het bedrag ter financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht. En ten derde dient op 31 december 2013 de ontslagdatum vast te staan. Dit betekent niet dat de ontslagdatum in 2013 gelegen dient te zijn. Het ontslag moet wel aangezegd zijn vóór 1 januari 2014 en binnen een korte termijn uitgevoerd worden. Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn (met een maximum van 6 maanden). Aanmelding van een sociaal plan bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is niet van belang voor de afbakening, omdat een stamrechtaanspraak ook buiten een sociaal plan toegezegd kan worden. Aanspraken die aan deze drie voorwaarden voldoen komen in aanmerking voor de toepassing van het overgangsrecht voor de stamrechtvrijstelling.
Om gebruik te kunnen maken van de 80%-regeling in 2014 geldt nog de aanvulling dat het bedrag ter financiering van het stamrechtaanspraak vóór 15 november 2013 door de werkgever moet zijn overgemaakt.
Mevrouw Schouten en de heer Omtzigt hebben op deze afbakening van het overgangsrecht positief gereageerd. Op het verzoek van mevrouw Schouten en mevrouw Neppérus is contact opgenomen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om deze afbakening te bespreken. Uit dit overleg blijkt dat er door de afbakening van de op 31 december 2013 bestaande aanspraken en de 80%-regeling voldoende comfort wordt geboden en dat er geen evidente knelpunten te verwachten zijn.
Klik hier voor volledige overzicht diverse documenten
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99