Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt vóór de punt aan het slot ingevoegd: alsmede pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Pensioenwet, pensioenuitvoerders in de zin van artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling en de Stichting Notarieel Pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a van de Wet op het notarisambt.
2. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
n. met betrekking tot premies als bedoeld in artikel 3.18 van de wet:
1°. het inkomen waarop de over het kalenderjaar verschuldigde pensioenpremie is gebaseerd;
2°. de in rekening gebrachte pensioenpremie over het kalenderjaar;
3°. de deeltijdfactor, bedoeld in artikel 11d, tweede lid;
4°. de omstandigheid dat het pensioengevend inkomen van de belastingplichtige is bepaald met toepassing van artikel 11d, derde lid;
5°. indien in het kalenderjaar zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3.135, eerste lid, van de wet: de omstandigheid die zich heeft voorgedaan en de met toepassing van artikel 3.137 van de wet bepaalde waarde in het economische verkeer van de aanspraak.
Artikelsgewijze toelichting
artikel 22 van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001
Voor een effectieve toepassing van de fiscale begrenzing die vanaf 1 januari 2015 geldt voor beroepspensioenregelingen waaraan IB-ondernemers en resultaatgenieters deelnemen wordt artikel 22 van het UBIB 2001 aangevuld met enige bepalingen op grond waarvan de Belastingdienst enige (contra-)informatie krijgt over de voor de fiscale facilitering relevante gegevens. In het eerste lid worden daartoe de pensioenuitvoerders benoemd die de betreffende beroepspensioenregelingen uitvoeren. De gegevens die worden gerenseigneerd worden opgenomen in artikel 22, tweede lid, onderdeel n, van het UBIB 2001. Het gaat hierbij onder meer om het inkomen waarop de over het kalenderjaar verschuldigde pensioenpremie is gebaseerd. Voor de aftrek van de pensioenpremie is relevant of dit inkomen hoger is dan het voor dat jaar geldende pensioengevend inkomen, bedoeld in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, van de Wet IB 2001. Daarnaast gaat het om factoren die bepalend zijn voor een afwijkende hoogte van het pensioengevend inkomen of voor de te hanteren AOW-inbouw.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99