Ook kan Nederland niet door deze bedrijven worden gedwongen om de Europese richtlijn voor energiebesparing voor gebouwen na te komen. De rechtbank Den Haag heeft dat bepaald in een civiele rechtszaak waarbij bedrijven uit de energiebesparingsbranche zich hadden verenigd tegen de Staat.
De rechtbank oordeelt dat de bedrijven zich niet rechtstreeks op de Europese richtlijn kunnen beroepen. Die richtlijn heeft tot doel om het milieu te beschermen en consumentenbelangen te behartigen. De bescherming van de financiële belangen van eisers valt hier niet onder.
Als het gaat om de gewekte verwachtingen, oordeelt de rechtbank dat de Staat in zijn algemeenheid een grote mate van vrijheid toekomt om wet- en regelgeving en beleid te wijzigen, ook als daardoor eerdere verwachtingen of vooruitzichten teniet worden gedaan. Het uiteindelijk niet uitkomen van de verwachtingen van deze bedrijven behoren tot het eigen ondernemersrisico in de markt voor energiebesparing. Zij hadden hier zelf in hun bedrijfsvoering rekening mee moeten houden. De Staat heeft zich met de wijziging van beleid dus niet onbehoorlijk gedragen.
De bedrijven waren boos over het stopzetten van het stimuleren van energielabels. Volgens hen heeft Nederland eerst met subsidieregelingen een vraagmarkt gecreëerd waarop zij hebben ingespeeld met investeringen voor (onder meer) het opleiden van energieprestatieadviseurs. Vervolgens heeft de Staat vrijwel alle financiële prikkels voor gebouweigenaren voor het verkrijgen van een energielabel weer weggenomen. Verder zou Nederland in strijd met Europese regels het energielabel de facto niet verplicht hebben gemaakt, waardoor de marktvraag naar energieprestatieadviezen en energiebesparende producten onvoldoende van de grond kwam, zo vinden de bedrijven. De rechtbank ging hierin echter niet mee.
Uitspraken: ECLI:NL:RBDHA:2014:5878
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99