In de Wet Mulder [Procedure om buiten het strafrecht om lichte verkeersovertredingen administratief af te doen.] is bepaald dat overtredingen op geautomatiseerde wijze mogen worden vastgesteld. Maar de wet bepaalt ook dat verkeersboetes alleen mogen worden opgelegd door daartoe aangewezen ambtenaren.
In een nieuwe zaak, waarover het hof 5 juni jl. heeft geoordeeld, heeft het openbaar ministerie nadere informatie verschaft over de werkwijze bij het vaststellen van het onverzekerd zijn van het voertuig en het hiervoor opleggen van een boete aan de kentekenhouder.
Op grond van deze nadere informatie stelt het hof vast, dat het verwerkingsproces zodanig is ingericht dat het opleggen van de boetes aan een bevoegde ambtenaar kan worden toegerekend.
Gebleken is namelijk dat het geautomatiseerde proces van de registervergelijking zodanig is ingericht, dat in de gevallen die aan bepaalde kenmerken voldoen en waarvoor een bevoegde ambtenaar vooraf heeft bepaald dat een boete wordt opgelegd de gegevens naar het CJIB worden gestuurd. Dit betekent dat het proces in beginsel geheel geautomatiseerd verloopt, maar dat het de bevoegde ambtenaar is die (vooraf) bepaalt of een boete wordt opgelegd. Hiermee blijft het opleggen van de boete binnen de grenzen die de wetgever heeft bepaald.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99