Op de verzekeringsovereenkomst is een zgn. alarmclausule van toepassing, die de verzekerde verplicht om, op straffe van verval van het recht op uitkering, in het pand een ‘werkvaardige’ alarminstallatie aanwezig te hebben en te houden en, indien de alarminstallatie om welke reden dan ook niet naar behoren functioneert, dit zo spoedig mogelijk te melden
Op de assurantietussenpersoon rust de taak om te waken voor de belangen van de verzekeringnemers van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen.
In eerste aanleg is de tussenpersoon veroordeeld. De rechtbank heeft in het dictum voor recht verklaard dat de tussenpersoon onzorgvuldig jegens eiser heeft gehandeld door na te laten het telefonisch bericht van eiser, dat het alarm zich niet meer in werkende staat bevond, door te geven aan de verzekeraars.
In hoger beroep heeft De Hoge Raad dit eerdere vonnis vernietigd en de vordering van de eiser alsnog afgewezen. De Hoge Raad heeft bevestigd dat “de op assurantietussenpersoon rustende zorgplicht niet zo ver strekt dat zij op basis van haar kennis van de financiële situatie van de eiser, zich had moeten realiseren dat dit gevolgen zou hebben voor de alarmclausule.”
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99