De rechtbank oordeelt dat de eigenwoningregeling van toepassing is. De woning kan voor belanghebbende worden gekwalificeerd als een eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
De rechtbank acht de fiscale gevolgen van de door belanghebbende opgezette erfpachtconstructie evenwel niet aanvaardbaar gezien het economische resultaat en gelet op doel en strekking van de eigenwoningregeling. Dit noopt tot een zelfstandige fiscale kwalificatie inhoudende dat voor de heffing van de inkomstenbelasting ervan moet worden uitgegaan dat de ouders de grond kunnen gebruiken en daarover kunnen beschikken als waren zij zelf de kopers van de grond en dat de door de kinderen bij de bank afgesloten lening wordt geacht (middellijk) door belanghebbende te zijn afgesloten. De door belanghebbende betaalde erfpachtcanon moet ten dele als aflossing en ten dele als rentebetaling worden beschouwd. De aflossing is niet aftrekbaar. De rente is aftrekbaar tot het bedrag gelijk aan de door de kinderen aan de bank betaalde rente. Het beroep is in zoverre gegrond.
Klik hier voor volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99