Artikel 3:17c
Het nieuwe artikel 3:17c introduceert de verplichting voor banken met zetel in Nederland om ervoor te zorgen dat - kort gezegd - bankmedewerkers zijn onderworpen aan een tuchtrechtelijke regeling. Dit betreft personen die ingevolge artikel 3:8 Wft en het voorgestelde artikel 3:17b, tweede lid, Wft een eed of belofte dienen af te leggen, namelijk bestuurders, commissarissen, medewerkers met een arbeidsovereenkomst, en andere personen die buiten dienstverband werkzaamheden uitvoeren die deel uitmaken van of voortvloeien uit het uitoefenen van het bankbedrijf, dan wel deel uitmaken van de wezenlijke bedrijfsprocessen ter ondersteuning daarvan (vgl. de definitie van uitbesteden in artikel 1:1 Wft).
Het voorgestelde nieuwe artikel 3:17c (over tuchtrecht voor bankmedewerkers) betreft een uitbreiding op de bestaande artikelen over de
integere en beheerste bedrijfsvoering. In dit onderdeel wordt voorzien in de redactionele aanpassingen van artikel 3:111 Wft die het bestaande regime voor de bij een groep aangesloten banken in stand houdt.
Vrije advocaatkeus
Voorgesteld wordt om artikel 4:67, eerste lid, Wft in lijn met de uitspraken van het Hof en de Hoge Raad te verduidelijken. Door de uitspraak van het Hof van Justitie is duidelijk geworden dat een verzekerde in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure zelf mag bepalen of hij zich laat bijstaan door een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige of door een medewerker van de rechtsbijstandverzekeraar. De vrije keuze voor een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige van de verzekeringnemer kan niet worden beperkt tot de situaties waarin de verzekeraar besluit dat een externe rechtshulpverlener in de arm moet worden genomen. Hetzelfde geldt voor het kiezen van een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige indien zich een belangenconflict voordoet.
Van een belangenconflict als bedoeld in onderdeel b is sprake indien de verzekeraar ieder van de betrokken partijen bij een juridisch geschil heeft verzekerd of indien die partijen een beroep doen op hetzelfde juridisch zelfstandig schaderegelingskantoor. Een dergelijk belangenconflict is niet te voorkomen door de regelingen genoemd in artikel 4:65, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdeel a, Wft. Wanneer een dergelijk conflict zich voordoet, heeft de verzekerde het recht zich te wenden tot een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige.
Overigens kan de hoogte van de premie voor een rechtsbijstandverzekering afhankelijk zijn van de manier waarop de verzekerde zijn recht op vrije keuze voor een advocaat of andere rechtens bevoegde deskundige kan uitoefenen.
Een overeenkomst tot rechtsbijstandverzekering kan bijvoorbeeld bepalen dat de kosten voor een externe rechtshulpverlener en de eventuele proceskosten tot een bepaald maximum bedrag worden vergoed. Deze beperkingen mag er echter niet toe leiden dat de verzekeringnemer in de praktijk van zijn vrije advocaatkeuze wordt beroofd (zie ook overwegingen 26 en 27 in de uitspraak van het Hof van Justitie).
Download "Derde nota van wijziging bij de Wijzigingswet financiële markten 2015" (pdf, 14 pagina's)
Download "Nader rapport bij derde nota van wijziging bij wijzigingswet financiële markten 2015" (pdf, 5 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99