Wetswijziging
Belanghebbende voert aan dat hij de onroerende zaken al voor de invoering van de Wet IB 2001 in zijn bezit had en dat hij daarom geen mogelijkheid had zich aan te passen aan de nieuwe wetgeving. De klacht faalt, omdat artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM niet het recht bevat dat een bestaande toestand (i.c. de eigendom van onroerende zaken) altijd op dezelfde wijze in de belastingheffing wordt betrokken.
Buitensporig
Het Gerechtshof acht het denkbaar dat een wetswijziging die op het niveau van de regelgeving niet heeft geleid tot een schending van artikel 1 van het Eerste Protocol van het EVRM, voor de desbetreffende belastingplichtige leidt tot een individuele, buitensporige last. Een (vermogens)belasting van 1,2% over de waarde van de bezittingen is naar het oordeel van het Hof geen individuele, buitensporige last. Dat de bezittingen niet worden verhuurd, maar voor eigen gebruik zijn bestemd, doet hieraan niet af. Het feit dat de bezittingen geen liquide middelen opleveren waarmee de forfaitaire rendementsheffing betaald kan worden, maakt de last naar het oordeel van het Hof evenmin buitensporig.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99