Er is onduidelijkheid over hoe artikel 4:100f van de Wet op het financieel toezicht (Wft) moet worden uitgelegd. De AFM geeft graag meer duidelijkheid over hoe deze bepaling in het kader van haar toezicht wordt bezien.
Op grond van de Wft mogen beheerders van beleggingsinstellingen rechten van deelneming aanbieden in Nederland, als hen is toegestaan actief te zijn in Nederland en daarom zijn opgenomen in een register van de AFM, of voldoen aan de vrijstellings- of notificatievereisten (zie de Beleidsregel Actief zijn in Nederland 2013). Daarbij geldt dat ook als een beheerder van de beleggingsinstelling niet zelf rechten van deelneming aanbiedt in Nederland, het onder omstandigheden voor beleggers nog steeds mogelijk is om deze te verkrijgen via een Nederlandse beleggingsonderneming. Dit kan onder andere op het moment dat de belegger zelf ervoor kiest om in een dergelijke beleggingsinstelling te beleggen, bijvoorbeeld via execution only-dienstverlening.
De AFM is daarbij van mening dat de Nederlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten, zoals execution only dienstverlening, verleent aan de cliënt, niet enkel door het verlenen van de beleggingsdienst aanbieder van rechten van deelneming in een beleggingsinstelling is of wordt in de zin van de Wft. In sommige gevallen kan het aanbieden van deelnemingsrechten via een door de beheerder van de beleggingsinstelling zelf ingeschakelde beleggingsonderneming kwalificeren als middellijk aanbieden. De beheerder van de beleggingsinstelling blijft in principe wel de aanbieder. Daarmee volgt de AFM op dit moment het wettelijk kader zoals dat ook gold vóór de inwerktreding van de Alternative Invenstment Funds Management (AIFM)-richtlijn.
Er gelden ook andere verplichtingen als een beleggingsonderneming een beleggingsdienst aan een klant verleent met betrekking tot het aankopen van een recht van deelneming in een niet in Nederland geregistreerde (of vrijgestelde/genotificeerde) beleggingsinstelling. Zo moet de beleggingsonderneming relevante informatie aan de klant verstrekken over onder meer de aard en kenmerken van het product en de dienst. Daarnaast is het belangrijk dat een beleggingsonderneming – afhankelijk van het type dienstverlening – toetst in hoeverre het product past bij de klant, dan wel geschikt is voor de klant.
Om meer duidelijkheid over het artikel te kunnen geven, treedt de AFM in overleg met verschillende betrokken partijen, waaronder ESMA. De hierboven opgenomen uitleg geldt totdat de overgangstermijn voortvloeiend uit het derde landen beleid van de AIFM-richtlijn is verstreken, of zoveel eerder als er meer duidelijkheid is verkregen over artikel 4:100f, Wft.
Bron: AFM
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99