MijnFintool

Nieuws

Erfpacht constructie met stichting faalt

Voor het Hof was in geschil, voor zover in cassatie van belang, of de erfpachtcanon is aan te merken als een periodieke betaling op grond van een recht van erfpacht als bedoeld in artikel 3.120, lid 1, letter b, Wet IB 2001 (tekst 2004). Is de aan een stichting betaalde erfpachtcanon aftrekbaar?

De huiseigenaar had de volgende constructie opgetuigd.
3.1.3.
De Stichting heeft certificaten uitgegeven aan de vier kinderen van belanghebbende die daarvoor ieder € 150 hebben gestort. Ingevolge artikel 2 van de administratievoorwaarden geeft een certificaat recht op een (onverdeeld) aandeel in de gecertificeerde goederen. Artikel 9, lid 1, van de administratievoorwaarden luidt:
“Artikel 9.
1. De Stichting is bevoegd tot wijziging van de bepalingen van deze overeenkomst te besluiten zonder dat de certificaathouders aan dat besluit hun goedkeuring hebben gehecht en zonder dat de certificaathouders royering van de certificaten kunnen verlangen.”

3.1.4.
Bij notariële akte van 14 december 2004 heeft de echtgenote van belanghebbende de woning geleverd aan de Stichting. De verkoopprijs van € 2.750.000 is de Stichting schuldig gebleven onder het aangaan van een overeenkomst van geldlening.

3.1.5.
Bij akte van eveneens 14 december 2004 heeft de Stichting aan de echtgenote een tijdelijk recht van erfpacht op de woning verleend, alsmede een van dat erfpachtrecht afhankelijk recht van opstal. Voor beide rechten is de echtgenote een canon/retributie (hierna: de erfpachtcanon) verschuldigd van € 220.000 per jaar.

3.1.6.
De Inspecteur heeft de erfpachtcanon niet in aftrek toegelaten.

Klik hier voor de volledige uitspraak (cassatie) en eerdere uitspraak van het Gerechtshof (afwijzing aftrekpost)

Geen aftrekbare kosten
Ingevolge artikel 3.120, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet, behoren periodieke betalingen op grond van de rechten van erfpacht en opstal tot de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning. Bedoelde betalingen dienen echter van aftrek te worden uitgesloten als er aanleiding is voor fiscale (her)kwalificatie van de feiten, omdat de fiscale gevolgen die zijn verbonden aan het samenstel van de rechtshandelingen waaruit de periodieke betalingen zijn voortgevloeid, niet aanvaardbaar zijn gezien het economische resultaat ervan en gelet op de strekking van de belastingwet.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het Gerechtshof heeft de Inspecteur eerder in het gelijk gesteld.

 

Bron: Rechtspraak.nl

Modules & dossiers

Opvoerdatum

02 okt 2014

Laatst gewijzigd

02 okt 2014

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1