Verlenging termijn aftrek rente restschulden
Abusievelijk is de verlenging van de termijn van de aftrekbaarheid van de rente op restschulden, die in het algemeen deel van de memorie van toelichting wel is beschreven, niet opgenomen in het onderhavige wetsvoorstel en de artikelsgewijze toelichting daarop. Met deze nota van wijziging wordt deze maatregel alsnog opgenomen in het wetsvoorstel.
Artikel I, onderdeel Ha (artikel 3.120a van de Wet inkomstenbelasting 2001)
Indien bij de vervreemding van een eigen woning in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017 een restschuld is ontstaan, komt de rente daarop voor een bepaalde maximumtermijn na de vervreemding voor aftrek in aanmerking, ondanks de omstandigheid dat die woning geen eigen woning meer is. Met de thans voorgestelde wijziging wordt die termijn verruimd van tien jaar naar vijftien jaar. Deze verruiming geldt op grond van de tekst van artikel 3.120a, tweede lid, van de Wet IB 2001 voor alle restschulden die zijn ontstaan of nog gaan ontstaan in de periode van 29 oktober 2012 tot en met 31 december 2017.
Download: "Nota van wijziging op het wetsvoorstel Belastingplan 2015" (pdf, 13 pagina's)
Samenloopvrijstelling van overdrachtsbelasting
Bij Belastingplan 2013 is een wijziging aangebracht in de samenloopvrijstelling van de overdrachtsbelasting. De samenloopvrijstelling beoogt de samenloop van heffing van omzetbelasting en overdrachtsbelasting in bepaalde gevallen te voorkomen door onder voorwaarden vrijstelling van overdrachtsbelasting te verlenen. De vrijstelling is niet van toepassing als een onroerende zaak wordt verkregen die op dat moment al in gebruik is genomen of is verhuurd en de verkrijger de verschuldigde omzetbelasting geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen. Door deze ingebruikneming of verhuur kan de verkrijger geen beroep doen op de samenloopvrijstelling. Van oudsher is bij beleidsbesluit in deze situatie onder voorwaarden een tegemoetkoming gegeven. Indien een onroerende zaak binnen zes maanden na het tijdstip van de eerste ingebruikneming of de ingangsdatum van de verhuur wordt verkregen door een verkrijger die de omzetbelasting geheel of gedeeltelijk in aftrek kan brengen, mag de samenloopvrijstelling toch worden toegepast. Deze termijn is tijdelijk, van 1 november 2012 tot 1 januari 2015, verlengd tot 24 maanden. Deze verlenging vervalt per 1 januari 2015 en op grond van de onderhavige nota van wijziging wordt de termijn weer vastgesteld op zes maanden. Deze termijn van zes maanden wordt als gevolg van deze nota van wijziging in de wet opgenomen, naast de eerder bij Belastingplan 2013 opgenomen mogelijkheid om tijdelijk een afwijkende termijn vast te stellen in relatie met de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Met deze wijziging wordt de termijn waarbinnen de verkrijging moet plaatsvinden structureel vastgesteld op een termijn van zes maanden. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de gevallen waarbij de onroerende zaak maar voor korte tijd vooruitlopend op de verkoop in gebruik is genomen of is verhuurd.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99