MijnFintool

Nieuws

Premiestaffels voor nettopensioenregeling

Vraag & Antwoord Belastingdienst
Welke premiestaffels kunnen worden gebruikt voor de (maximale) inleg in een nettopensioenregeling (vanaf 1 januari 2015)?
De maximale omvang van de beschikbare premie voor een nettopensioenregeling wordt geregeld in de in artikel I, onderdeel P, van het wetsvoorstel Belastingplan 2015 voorgestelde artikelen 5.17a, 5.17b en 5.17c van de Wet IB 2001. Daar is bepaald dat de beschikbare premie voor de nettopensioenregeling ten hoogste kan worden bepaald met inachtneming van de uitgangspunten, bedoeld in artikel 18a, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet LB. Om de uitvoeringspraktijk tegemoet te komen, zullen er voor de nettopensioenregeling bij beleidsbesluit uniform toepasbare premiestaffels worden gepubliceerd. Omdat spoedige bekendmaking van deze premiestaffels van belang is voor de implementatie van de nettopensioenregeling door pensioenuitvoerders, is besloten om de premiestaffels nu al bekend te maken. De in 2015 te hanteren premiestaffels voor een nettopensioenregeling zijn opgenomen in dit Vraag & Antwoord. Voor de premiestaffels geldt uiteraard nog wel het voorbehoud dat de in de wetsvoorstellen Verzamelwet pensioenen 2014 en Belastingplan 2015 voorgestelde bepalingen inzake de nettopensioenregeling door het parlement worden aangenomen.

1. Premiestaffel voor de nettopensioenregeling op basis van 4% rekenrente

Leeftijdsklassen tot 67 jaar

Percentage van de pensioengrondslag nettopensioenregeling

15 tot en met 19

2,3

20 tot en met 24

2,7

25 tot en met 29

3,3

30 tot en met 34

3,9

35 tot en met 39

4,7

40 tot en met 44

5,7

45 tot en met 49

6,8

50 tot en met 54

8,3

55 tot en met 59

9,9

60 tot en met 64

11,9

65 tot en met 66

13,5

 

2. Premiestaffel voor de nettopensioenregeling op basis van 3% rekenrente

Leeftijdsklassen tot 67 jaar

Percentage van de pensioengrondslag nettopensioenregeling

15 tot en met 19

4,0

20 tot en met 24

4,6

25 tot en met 29

5,3

30 tot en met 34

6,0

35 tot en met 39

6,9

40 tot en met 44

8,0

45 tot en met 49

9,2

50 tot en met 54

10,6

55 tot en met 59

12,2

60 tot en met 64

14,0

65 tot en met 66

15,3

Voor de premiestaffel op basis van 3% rekenrente zal een uitkeringsbegrenzing gelden. Hiervoor zullen soortgelijke voorwaarden worden gesteld als thans opgenomen in bijlage IV van het besluit van 12 februari 2013, nr. BLKB2013/43M voor de aanwijzing van afwijkende premieovereenkomsten als pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIB van de Wet LB. Uiteraard zullen de te stellen voorwaarden worden aangepast aan het netto karakter van een nettopensioenregeling.

Bij de premiepercentages van de staffels gelden de volgende uitgangspunten:

  1. De premiepercentages gelden voor beschikbare premies voor de opbouw van aanspraken op een netto-ouderdomspensioen, een nettopartnerpensioen en een nettowezenpensioen.
  2. De pensioengrondslag voor de nettopensioenregeling bestaat maximaal uit het loon van de werknemer dat ingevolge artikel 18ga van de Wet LB voor de toepassing van hoofdstuk IIB van de Wet LB niet tot het pensioengevend loon behoort.
  3. De werknemer voldoet de beschikbare premies voor de opbouw van aanspraken op een netto-ouderdomspensioen, een nettopartnerpensioen en een nettowezenpensioen uit het netto loon.
  4. Met het oog op het karakter en de praktische uitvoerbaarheid van de nettopensioenregeling is besloten om voor de fiscaal toegestane premie-inleg aan te sluiten bij de berekeningsgrondslagen van de meest ruime premiestaffel (staffel 4) uit bijlage I (4% premiestaffel) en bijlage IV (3% premiestaffel) van het besluit van 12 februari 2013, nr. BLKB2013/43M nadat die zijn aangepast aan de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen (kamerstukken 33 610) en Wijziging van de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en het Belastingplan 2014 (kamerstukken 33 847).
  5. De premiepercentages zijn gericht op een maximale opbouw van nettopensioen volgens het middelloonstelsel:
    • Een netto-ouderdomspensioen dat is gericht op een pensioen dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 75% van het gemiddelde bedrag dat ingevolge artikel 18ga van de Wet LB niet tot het pensioengevend loon behoort, vermenigvuldigd met de nettofactor, bedoeld in het voorgestelde artikel 5.16, vierde lid, van de Wet IB 2001;
    • Een nettopartnerpensioen dat is gericht op een pensioen dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 52,5% van het gemiddelde bedrag dat ingevolge artikel 18ga van de Wet LB niet tot het pensioengevend loon behoort, vermenigvuldigd met de nettofactor, bedoeld in het voorgestelde artikel 5.16, vierde lid, van de Wet IB 2001;
    • Een nettowezenpensioen dat is gericht op een pensioen dat na 40 jaren opbouw niet meer bedraagt dan 10,5% van het gemiddelde bedrag dat ingevolge artikel 18ga van de Wet LB niet tot het pensioengevend loon behoort, vermenigvuldigd met de nettofactor, bedoeld in het voorgestelde artikel 5.16, vierde lid, van de Wet IB 2001.
  6. De premiepercentages omvatten zowel de premie voor het op te bouwen nettopensioen over de verstreken diensttijd alsmede de risicopremie voor het aanvullende nettopartnerpensioen en/of het aanvullende nettowezenpensioen over de ontbrekende dienstjaren en het bereikbaar pensioengevend loon in het geval dat de werknemer overlijdt vóór het tijdstip waarop het netto-ouderdomspensioen zou ingaan. De voor of door de werknemer in het kader van de nettopensioenregeling betaalde premies voor het verzekeren van het aanvullende nettopartnerpensioen en/of het aanvullende nettowezenpensioen over de ontbrekende dienstjaren en/of het bereikbaar pensioengevend loon, komen in mindering op de aan de hand van de premiepercentages vast te stellen maximale inleg in de nettopensioenregeling.
  7. De premiepercentages omvatten niet de premie voor een eventuele premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid voor de nettopensioenregeling. De premie voor een premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid voor de nettopensioenregeling kan dus naast de genoemde premiepercentages worden toegezegd. De waarde van de door de werkgever voor de nettopensioenregeling toe te kennen (vergoeding voor de) premievrijstelling wegens arbeidsongeschiktheid behoort tot het te belasten loon van de werknemer.
  8. In de premiepercentages is geen rekening gehouden met een kostenopslag. Partijen kunnen de werkelijke kosten van de nettopensioenregeling afzonderlijk in rekening brengen. De kosten voor het afdekken van beleggingsrisico, zoals het kopen van een beleggingsgarantie, moeten worden betaald uit de voor het nettopensioen te beleggen netto premie (de netto premie uit de staffel). De vergoeding voor kosten kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op netto-ouderdomspensioen, nettopartnerpensioen en nettowezenpensioen. De waarde van een door de werkgever betaalde of aan de werknemer toe te kennen vergoeding voor de aan de nettopensioenregeling verbonden kosten behoort tot het te belasten loon van de werknemer.

Bron: Belastingdienst

Modules & dossiers

Opvoerdatum

27 okt 2014

Laatst gewijzigd

27 okt 2014

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1