De maximale omvang van de beschikbare premie voor een nettopensioenregeling wordt geregeld in de in artikel I, onderdeel P, van het wetsvoorstel Belastingplan 2015 voorgestelde artikelen 5.17a, 5.17b en 5.17c van de Wet IB 2001. Daar is bepaald dat de beschikbare premie voor de nettopensioenregeling ten hoogste kan worden bepaald met inachtneming van de uitgangspunten, bedoeld in artikel 18a, derde lid, onderdelen a, b en c, van de Wet LB. Om de uitvoeringspraktijk tegemoet te komen, zullen er voor de nettopensioenregeling bij beleidsbesluit uniform toepasbare premiestaffels worden gepubliceerd. Omdat spoedige bekendmaking van deze premiestaffels van belang is voor de implementatie van de nettopensioenregeling door pensioenuitvoerders, is besloten om de premiestaffels nu al bekend te maken. De in 2015 te hanteren premiestaffels voor een nettopensioenregeling zijn opgenomen in dit Vraag & Antwoord. Voor de premiestaffels geldt uiteraard nog wel het voorbehoud dat de in de wetsvoorstellen Verzamelwet pensioenen 2014 en Belastingplan 2015 voorgestelde bepalingen inzake de nettopensioenregeling door het parlement worden aangenomen. |
1. Premiestaffel voor de nettopensioenregeling op basis van 4% rekenrente
2. Premiestaffel voor de nettopensioenregeling op basis van 3% rekenrente
Voor de premiestaffel op basis van 3% rekenrente zal een uitkeringsbegrenzing gelden. Hiervoor zullen soortgelijke voorwaarden worden gesteld als thans opgenomen in bijlage IV van het besluit van 12 februari 2013, nr. BLKB2013/43M voor de aanwijzing van afwijkende premieovereenkomsten als pensioenregeling in de zin van hoofdstuk IIB van de Wet LB. Uiteraard zullen de te stellen voorwaarden worden aangepast aan het netto karakter van een nettopensioenregeling. Bij de premiepercentages van de staffels gelden de volgende uitgangspunten:
|
Bron: Belastingdienst
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99