Download "Memorie van antwoord Belastingplan 2015" (pdf, 44 pagina's)
* Restschuld; De tijdelijke regeling voor renteaftrek op restschulden heeft als doel het bevorderen van de doorstroming op de woningmarkt. Dat houdt in dat de regeling is bedoeld eraan bij te dragen om het ontstaan van een restschuld bij verkoop van een woning geen oorzaak te laten zijn van het afzien van de beoogde verkoop. In die zin kan het oprekken van de regeling van restschulden naar restschulden die vóór 29 oktober 2012 zijn ontstaan niet bijdragen aan het beoogde doel. Het gaat in de door de leden bedoelde gevallen immers niet om het afzien van een toekomstige verkoop. Het gaat
om een verkoop die in het verleden heeft plaatsgevonden en waarbij het ontstaan van de betreffende restschuld geen belemmering is gebleken voor die verkoop. Het nu alsnog onderbrengen van dergelijke schulden binnen de regeling voor restschulden zou leiden tot een financieel voordeel achteraf voor de belastingplichtige, zonder dat dit de beoogde doorstroming op de woningmarkt zou bevorderen. Daarnaast zou er dan opnieuw een verschil in fiscale behandeling ontstaan, alleen dan verder terug in de tijd. Het uitbreiden van de regeling voor restschulden met schulden die zijn ontstaan in het jaar voorafgaand aan 29 oktober 2012 kost cumulatief € 150 miljoen. Voor elk extra jaar dat de periode zou worden opgerekt komt het genoemde bedrag daar bovenop. Dat geld is niet voorhanden.
* Aanpassing ouderenkorting en afschaffen ouderentoeslag box 3; Onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 1964)
werd het werkelijke inkomen uit vermogen belast tegen het geldende tarief in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Toen bij de belastingherziening in 2001 de vermogensrendementsheffing werd ingevoerd, zou dit een lastenverzwaring betekenen voor ouderen die met hun marginale inkomen in de eerste twee schijven van de inkomstenbelasting vallen. Het voor ouderen met een dergelijk inkomen geldende marginale tarief voor de belasting en premie volksverzekeringen was ook vóór 2001 namelijk lager dan het tarief van 30% in box 3 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001). Om ouderen voor dit nadelige effect te compenseren is voor ouderen met een laag inkomen een ouderentoeslag op het
heffingvrije vermogen ingevoerd. Uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) ouderen uit 2013 blijkt dat de inkomens- en vermogenspositie van ouderen de afgelopen twee decennia is verbeterd ten opzichte van andere huishoudens. Om die reden is het kabinet van mening dat het verdedigbaar is dat de fiscale behandeling van ouderen meer in lijn wordt gebracht met andere groepen in de samenleving. Het afschaffen van de ouderentoeslag in box 3 is onderdeel van het alternatieve pakket maatregelen voor de huishoudentoeslag.
* Rechtstreekse uitbetaling toeslagen aan zorgverzekeraar, verhuurder of kinderopvanginstelling; Het uitvoeringsproces van de toeslagen is geregeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. In deze wet en de daarop gebaseerde regelgeving is ervoor gekozen om de toeslag uitsluitend uit te betalen op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager van de toeslag zelf. Van deze regel kan alleen onder voorwaarden worden afgeweken. Voorwaarde is dat de zorgverzekeraar, verhuurder of kinderopvanginstelling een convenant heeft afgesloten met de Belastingdienst/Toeslagen. In het convenant is bepaald dat de zorgverzekeraar, verhuurder of kinderopvanginstelling de aanvrager van de toeslag
de mogelijkheid van rechtstreekse betaling mag aanbieden onder de voorwaarde dat de zorgverzekeraar, verhuurder of kinderopvanginstelling hoofdelijk aansprakelijk is in het geval de aanvrager de toeslag moet terugbetalen. In die zin is het dus nu al mogelijk dat een toeslag rechtstreeks wordt uitbetaald aan een zorgverzekeraar, verhuurder of kinderopvanginstelling. In de praktijk wordt daar nu alleen door kinderopvanginstellingen gebruik van gemaakt. Het kabinet onderzoekt momenteel of instellingen in de kinderopvang standaard rechtstreeks bekostigd kunnen worden.
Ouders krijgen dan geen kinderopvangtoeslag meer maar gaan een eigen – inkomensafhankelijke - bijdrage betalen. Het kabinet denkt erover de
inkomensafhankelijke bijdrage te baseren op een vastgesteld inkomen uit de Basisregistratie inkomen. Wat betreft de zorgtoeslag en de huurtoeslag ziet het kabinet vooralsnog geen aanleiding om de toeslag voortaan rechtstreeks uit te betalen aan de instellingen.
* Pensioen in eigen beheer; Zo spoedig mogelijk maar in ieder geval voor het meireces zal een brief met een nadere uitwerking van de oudedagsbestemmingsreserve en een variant op een beschikbarepremieregeling met een vast oprentingspercentage naar uw Kamer en naar de Tweede Kamer worden gestuurd. Als uit dat debat, anders dan tot op heden, blijkt dat afschaffing van het pensioen in eigen beheer toch op brede steun kan rekenen, ben ik bereid de mogelijkheden hiertoe nader te bezien.
* Aftrek levensonderhoud kinderen; Het afschaffen van de aftrek van uitgaven voor levensonderhoud van kinderen is een van de wijzigingen die voortvloeien uit de op 27 juni 2014 in het Staatsblad gepubliceerde Wet hervorming kindregelingen.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99