De vaststaande feiten
2.1.
Belanghebbende en zijn echtgenote hebben in 2008 van de ouders van de echtgenote voor € 300.000 een kavel grond (hierna: de kavel) gekocht. In de koopovereenkomst zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen:
“Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van twee jaar. Binnen deze termijn dienen plannen gerealiseerd te worden. De overeenkomst kan eventueel verlengd worden, in goed onderling overleg, onder nader overeen te komen voorwaarden (…)
Kopers hebben het recht om deze overeenkomst onder gelijke voorwaarden en geldbedragen terug te draaien, op kosten van verkopers.”
2.2.
De ontbindingsclausule is in december 2009 ingeroepen.
4 Beoordeling van het geschil
Eigen woning
4.1.
De Rechtbank heeft geoordeeld dat de ontbindingsclausule meebrengt dat belanghebbende en zijn echtgenote niet het risico liepen van waardedaling van de kavel. Daardoor gaat de waardeverandering belanghebbende en de echtgenote niet grotendeels aan, zodat geen sprake is van een eigen woning in de zin van artikel 3.111, lid 1, letter a, van de Wet IB 2001. Naar het oordeel van het Hof is de Rechtbank terecht en op goede gronden tot dit oordeel te komen. Het Hof neemt dit oordeel dan ook over.
Klik hier voor de volledige uitspraak
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99