De vraag hier is of getoetst moet worden op het moment dat de schenking civielrechtelijk1 tot stand komt of op het moment dat de opschortende voorwaarde (het aankopen van de woning / levering bij de notaris). Door toepassing van artikel 1, negende lid, van de SW 1956 vindt de schenking plaats bij vervulling van de opschortende voorwaarde. De leeftijd en de geldende wetgeving op dat moment is bepalend. Dit houdt hier in dat de verruimde vrijstelling niet geldt als de opschortende voorwaarde wordt vervuld na de verjaardag van relatie. 1Civielrechtelijk komt een schenking tot stand op het moment van de schenking en niet pas op het moment dat de voorwaarde is vervuld. |
Naschrift:
In deze casus is sprake van een 'opschortende voorwaarde' (de aankoop/transport). Gevolg hiervan is dat na de verjaardag (40) gepasseerd wordt en niet aan de voorwaarden voldaan wordt. Een beroep op de verhoogde schenkvrijstelling is dan ook niet mogelijk.
Een schenking is gedaan:
1) onder de opschortende voorwaarde dat de begunstigde een eigen woning heeft verworven als bedoeld in artikel 3.111, lid 1 of 3, Wet IB2001 [geen directe werking, pas bij 'transport woning' werking. Voor de verhoogde schenkvrijstelling (€100.000) gold daarom als voorwaarde transport uiterlijk 31 december 2014.]
2) onder de ontbindende voorwaarde dat de schenking vervalt voor zover het geschonken bedrag niet in het jaar van de schenking of in de twee daaropvolgende kalenderjaren is besteed aan verbetering of onderhoud van een eigen woning van de begunstigde [wel directe werking.
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99
In deze casus komt men niet toe aan de verhoogde schenkvrijstelling.