Download "Beantwoording Kamervragen over deeltijdfactor bij aftoppingsgrens" (pdf, 2 pagina's)
Voorbeeld
Een werknemer verdient € 60.000 in een dienstbetrekking met een deeltijdfactor van 0,6. De aftoppingsgrens voor deze werknemer ligt op 0,6 * € 100.000 = € 60.000. Voor deze werknemer vindt derhalve geen aftopping van het pensioengevend loon plaats. Zou deze werknemer daarnaast
nog een tweede dienstbetrekking vervullen met een deeltijdfactor van 0,4 en een beloning van € 50.000, dan geldt in die dienstbetrekking een pensioengevend loon van maximaal 0,4 * € 100.000 = € 40.000. Tezamen geldt dus een pensioengevend loon van € 100.000 en niet van € 110.000. De verlaging als gevolg van een deeltijdfactor heeft dus alleen effect indien een werknemer gerelateerd aan een voltijddienstverband meer zou verdienen dan het wettelijke maximum van € 100.000. Dit maximum is voor alle werknemers gelijk.
Door rekening te houden met de deeltijdfactor kan een werknemer met een of meer deeltijddienstbetrekkingen niet meer pensioen onder de omkeerregel opbouwen dan een werknemer met een voltijddienstbetrekking met in totaal hetzelfde loon.
Geen discriminatie
Het verbod op discriminatie naar arbeidsduur houdt in dat deeltijdwerkers niet minder gunstig worden behandeld dan vergelijkbare voltijdwerkers louter vanwege het feit dat zij in deeltijd werkzaam zijn en vice versa. Zoals hiervoor geïllustreerd bewerkstelligt het naar rato aftoppen van het pensioengevend inkomen dat het maximale pensioengevend loon per contractuur gelijk is voor zowel deeltijdwerkers als voltijdwerkers. Van discriminatie naar arbeidsduur is derhalve geen sprake.
Omdat er geen discriminatie naar arbeidsduur is, leidt de aftoppingsgrens evenmin tot indirecte discriminatie naar geslacht.
Arbeidsongeschikten
Het gaat hierbij om arbeidsongeschikten die als werknemer langdurig meer dan € 100.000 verdienden en gebruikmaken van premievrije voortzetting van de pensioenopbouw bij een pensioenfonds. Door de introductie van de aftoppingsgrens bouwt deze categorie van deelnemers over het inkomen boven de € 100.000 – net als een werknemer – in beginsel geen nabestaandenpensioen op, tenzij hun een aanbod voor nettopensioen wordt gedaan om deze gevolgen voor hun nabestaandenpensioen te compenseren
Download "Kamerbrief over aftopping nabestaandenpensioen" (pdf, 3 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99