Download:
- "Kamervragen" (pdf, 5 pagina's)
"Vraag 5
In hoeverre is het onbewust niet melden van aandoeningen of artsenbezoeken die niets te maken hebben met de ziekte, waarvoor een uitkering van arbeidsongeschiktheid nodig is, een reden om een uitkering te weigeren? Bent u bereid om in overleg met de verzekeraars meer duidelijkheid hierover te geven? Zo nee, waarom niet?
Een verzekeraar dient een claim te honoreren c.q. uit te keren als de niet gemelde informatie niet van belang is voor het risico dat zich heeft verwezenlijkt (artikel 7:930, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). Dit betekent dat het niet gemelde gegeven geen verband dient te houden met de reden voor de arbeidsongeschiktheid. Dit geldt niet als de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten (artikel 7:930, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek). In dat geval moet de verzekeraar echter wel aantonen dat hij de verzekering niet zou hebben afgesloten als hij bekend was geweest met de niet gemelde gezondheidsgegevens. Uitgangspunt hierbij is dat de verzekeraar zich redelijk handelend gedraagt. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat indien een verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken een hogere premie zou hebben bedongen, of de verzekering tot een lager bedrag zou hebben gesloten, de uitkering wordt verminderd naar evenredigheid van hetgeen de premie meer of de verzekerde som minder zou hebben bedragen (artikel 7:930, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek). In die gevallen zal de verzekeraar derhalve ook tot uitkering dienen over te gaan ondanks dat de verzekeringnemer - kort gezegd - de mededelingsplicht niet is nagekomen.
Download:
- "Kamerbrief over burgerbrief inkomstenverrekening in de WAO" (pdf, 2 pagina's)
"In de voorbereiding naar de nieuwe verrekeningssystematiek bleek dat een deel van de WAO-gerechtigden weliswaar hun inkomsten hadden opgegeven, maar dat deze niet goed waren verwerkt door het UWV. Als gevolg hiervan werd bij 14.000 WAO-gerechtigden de WAO-uitkering niet of niet juist gekort. In mijn brief van 9 september 2014 (Kamerstukken II, 26448, nr. 525) heb ik uw Kamer hierover ingelicht. Daarbij heb ik ook aangegeven dat deze uitkeringen naar de toekomst zouden worden herzien met een uitlooptermijn van twee maanden. Deze gerechtigden hebben in het verleden door de uitblijvende of niet volledig juiste inkomstenverrekening een te hoge WAO-uitkering gekregen. Met deze herstelactie worden de WAO-uitkeringen vastgesteld op het juiste niveau."
Download:
- "Kamervragen over uitbetaling woon-werkverkeer door UWV" (pdf, 4 pagina's)
"Vraag 1
Klopt het dat mensen die langdurig ziek zijn of een handicap hebben een vergoeding kunnen aanvragen bij het UWV (Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen), omdat reizen naar het werk voor deze groep lastig kan zijn?
Antwoord op vraag 1
UWV heeft de bevoegdheid om voor diegene die daar op grond van de Wet WIA en Wajong recht op heeft een vervoersvoorziening toe te kennen. Hiertoe moet dan wel een medische noodzaak bestaan. In de wetgeving is bepaald dat deze voorziening kan worden toegekend aan personen met een ‘structurele functionele beperking’. Welk type vervoersvoorziening wordt toegekend, hangt af van de beperking en overige omstandigheden, bijvoorbeeld of iemand ver of dicht bij zijn werk woont. De voorziening ziet uitsluitend op de zogenaamde meerkosten van het vervoer die samen hangen met de structurele functionele beperking. De vervoerskosten die een persoon zonder structureel functionele beperkingen ook zou moeten betalen om van en naar zijn werk te komen, worden niet vergoed."
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99