Download: "Besluit" (pdf, 19 pagina's)
13. Aangifte inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw (artikel 6 AWR)
De inspecteur nodigt voor het doen van aangifte in ieder geval uit:
a. aan wie vermoedelijk een aanslag tot een te betalen bedrag moet worden opgelegd;
b. die in het belastingjaar bij de Kamer van Koophandel stond ingeschreven als ondernemer;
c. die in het belastingjaar een aanmerkelijk belang had;
d. aan wie over het belastingjaar een voorlopige aanslag of een voorlopige teruggaaf die niet enkel ziet op uitbetaling van de algemene heffingskorting is opgelegd; of
e. die het vorige jaar heeft aangegeven: - winst uit onderneming; - belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden; - belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang; of- belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
19. Belastingrente (artikel 30a-30e AWR)
1. Belastingrente bij erfbelasting (artikel 30g AWR)
De inspecteur berekent rente vanaf 8 maanden na het overlijden tot 6 weken na de datum van de aanslag. Als de inspecteur niet afwijkt van de aangifte blijft het tijdvak waarover rente wordt berekend beperkt tot 19 weken na het indienen van de aangifte (zie artikel 30g van de Awr). Bij nalatenschappen waarin zich een onroerende zaak bevindt kan het voorkomen dat de WOZ-waarde wordt verlaagd nadat de aangifte erfbelasting is ingediend, maar voordat de definitieve aanslag is opgelegd. Ook kan naderhand sprake zijn van een keuze voor de lagere WOZ-waarde in het volgende jaar. De inspecteur wijkt in een dergelijk geval af van de aangifte. Een redelijke wetstoepassing brengt evenwel met zich mee dat voor het berekenen van belastingrente de beperking tot 19 weken toch toepassing vindt.
20. Bewaarplicht (artikel 52 AWR)
1. Elke administratieplichtige is verplicht de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers die fiscaal relevant kunnen zijn, gedurende zeven jaren te bewaren (zie artikel 52, vierde lid, van de AWR). De bewaarplicht ontstaat zodra de gegevens niet langer op grond van artikel 52, eerste lid, van de AWR tot de (jaar)administratie behoren.
2. De Belastingdienst maakt voor de invulling van de fiscale bewaarplicht een onderscheid tussen basisgegevens en overige gegevens. In een administratie zijn de volgende onderdelen als basisgegevens aan te wijzen:
a. het grootboek;
b. de voorraadadministratie;
c. de debiteurenadministratie;
d. de crediteurenadministratie;
e. de inkoopadministratie;
f. de verkoopadministratie;
g. de loonadministratie.
3. Behalve deze algemene basisgegevens zijn er meer specifieke basisgegevens die vooral van belang zijn voor de belastingheffing van derden (zie art. 53 van de AWR). In dat kader kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
a. de kredietdossiers bij banken;
b. de cliëntendossiers bij openbare accountants en belastingadviseurs.
4. De basisgegevens zijn voor de inspecteur gedurende langere tijd van belang en moeten daarom voor zeven jaar bewaard blijven. De overige gegevens van een administratie beschouwt de Belastingdienst niet als basisgegevens.
5. Met de inspecteur kunnen afspraken worden gemaakt tot op welk detailniveau de basisgegevens bewaard dienen te worden.
6. Daarnaast kunnen met de inspecteur afspraken worden gemaakt hoe lang en tot welk detailniveau de overige gegevens moeten worden bewaard.
7. Met name in de volgende situaties is het maken van afspraken opportuun:
a. faillissement
b. staken van een onderneming
c. na een belastingcontrole.
8. De afspraken kunnen van geval tot geval verschillend zijn. Dit zal onder meer afhangen van de aard en de omvang van de activiteiten van een administratieplichtige.
9. De afspraken hebben alleen betrekking op de fiscale bewaarplicht van artikel 52 van de AWR en laten andere bewaarverplichtingen (zoals de civielrechtelijke bewaartermijn van artikel 2:10, lid 3 BW) onverlet. In de vastlegging van de afspraken dient dit uitdrukkelijk opgenomen te worden. De bewaartermijn in de AWR laat onverlet dat in bijzondere fiscale wetgeving een langere termijn kan worden voorgeschreven, bijvoorbeeld voor de heffing van omzetbelasting ter zake van onroerende zaken (negen jaar volgend op het jaar waarin de ondernemer het goed is gaan gebruiken).
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99