Wet
Op grond van artikel 17, lid 2, Wet WOZ wordt de waarde bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer die dient te worden vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn besteed.
Standpunt huiseigenaar
Belanghebbende heeft de door hem voorgestane waarde van € 415.000 berekend door uit te gaan van de aankoopsom van de grond (€ 220.000) en de bouwkosten (€ 273.000), waarna de som van deze bedragen is gecorrigeerd met de algemene waardeontwikkeling van woningen in de provincie Utrecht volgens het Kadaster. Het Hof acht deze berekeningswijze niet bruikbaar ter bepaling van de waarde in de zin van de Wet WOZ. De in het verleden gemaakte bouwkosten en de aankoopsom van de grond vormen immers geen goede weerspiegeling van de gezochte waarde in het economische verkeer op de waardepeildatum. Verder geeft ook de algemene waardeontwikkeling van woningen onvoldoende inzicht in de individuele waardeontwikkeling van een onroerende zaak.
Uitspraak
Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99