Huisvestingsverordening
Op grond van de Amsterdamse Huisvestingsverordening legt het gemeentebestuur een standaardboete van € 12.000 op als iemand voor het eerst zonder vergunning een vrijesectorwoning (onder)verhuurt en daarmee de woning aan de woningvoorraad 'onttrekt'. In zijn algemeenheid is dit boetebedrag niet onevenredig, omdat woningonttrekking een urgent maatschappelijk probleem is en hoge boetes nodig zijn om afschrikwekkend effect te hebben, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.
De Huisvestingsverordening van de gemeente Amsterdam houdt geen rekening met de vraag of de vrijesectorwoning bedrijfsmatig of door een particulier zonder vergunning aan de woningvoorraad is onttrokken en of daaruit financieel voordeel is behaald. Ook de vraag of het om één of meerdere vrijesectorwoningen gaat is niet relevant bij het bepalen van de hoogte van boete. Deze omstandigheden zijn volgens de Huisvestingsverordening echter wel relevant bij het (onder)verhuren van een sociale huurwoning en kunnen dan reden zijn voor het opleggen van een lagere boete. Het gemeentebestuur heeft voor dit verschil in behandeling geen afdoende motivering gegeven, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.
Verlaging boete
Omdat de man in dit geval niet bedrijfsmatig handelde en ook geen financieel voordeel heeft gehad van de onderverhuur, is de Afdeling bestuursrechtspraak van oordeel dat de boete in dit geval onevenredig hoog is. Daarom verlaagt zij de boete tot € 3.000. Hiermee sluit de Afdeling bestuursrechtspraak aan bij het boetebedrag dat zou worden opgelegd als een particulier een sociale huurwoning, onder dezelfde omstandigheden, zonder huisvestingsvergunning zou (onder)verhuren.
Lees de uitspraak met zaaknummer 201503691/1.
Bron: Raad van State
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99