Lees hier de volledige uitspraak.
3.3.
Op 25 juli 2003 is voor belanghebbende een testament opgesteld, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
“II Rechtskeuze
Ik verklaar op de uitleg van dit testament en op de vererving van mijn nalatenschap het Nederlandse recht ten tijde van mijn overlijden van toepassing.
III Overlijden voor partner
Voor het geval ik overlijd voor mevrouw [ [A] ], geboren te [B] [in] negentienhonderd vierenzestig, hierna te noemen:
partner:
- ongehuwd en niet als partner geregistreerd,
- zonder achterlating van afstammelingen en
- zonder dat ten tijde van mijn overlijden de gemeenschappelijke huishouding met mijn partner is verbroken anders dan door opname in een bejaardenoord of verpleeghuis of een met deze vergelijkbare instelling,
benoem ik mijn partner tot mijn enige erfgenaam.
3.4.
Belanghebbende is [in] 2004 geboren als zoon van erflater en de partner. Het testament is naar aanleiding van de geboorte van belanghebbende niet aangepast.
6.
De rechtbank stelt vast dat het testament van eiser uitsluitend voorziet in het geval dat de erflater zonder achterlating van afstammelingen zou overlijden vóór [A] . Erflater heeft echter wel een afstammeling achtergelaten. Dat betekent dat het testament zijn betekenis heeft verloren en dat de erfopvolging in dit geval dan ook plaats heeft bij versterf.
Beoordeling van het hoger beroep
Dat de intentie zou bestaan bij de erflater om zijn vererving anders te regelen in die zin dat de partner tevens zou moeten worden aangemerkt als erfgenaam in het geval er wel afstammelingen zouden zijn, is niet op te maken uit het testament of uit het samenlevingscontract. Een verklaring van de ouders van erflater doet aan dit oordeel niet af. Op dezelfde datum als het testament is een samenlevingscontract opgesteld door de notaris. Daarin wordt door beide partners voorzien in wederzijds nabestaandenpensioen en een verblijvingsbeding voor de eigen woning. Aangenomen moet worden dat door deze bepalingen is beoogd uitvoering te geven aan de verzorgingsgedachte die in het samenlevingscontract wordt uitgesproken. Het Hof ziet geen aanwijzingen om aan te nemen dat uit de verzorgingsgedachte in het samenlevingscontract moet volgen dat het testament niet juist zou zijn.
7.3
De erfstelling sluit immers reeds in dat rekening is gehouden met eventuele afstammelingen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99