In verband met een echtscheiding wordt de helft van de waarde van een stamrecht in de zin van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) (tekst 2013) aan de (ex-) echtgenoot/partner toegedeeld. Heeft deze verdeling gevolgen voor de belastingheffing?
Antwoord
Nee. Ingevolge het bepaalde in artikel 19b, derde lid, Wet LB, in samenhang met artikel 19b, achtste lid, Wet LB (tekst 2013), leidt de vervreemding of omzetting van een stamrecht in het kader van echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van de samenleving niet tot belastingheffing. Voor de heffing van loonbelasting wordt er vanuit gegaan dat geen nieuw recht is ontstaan, maar dat het aan de (ex-) echtgenoot/partner toegedeelde deel een voortzetting is van het recht zoals dat eerder aan de werknemer is toegekend. Als gevolg hiervan wordt de (ex-) echtgenoot/partner na de verdeling van het stamrecht voor het aan hem toegedeelde deel aangemerkt als ‘de werknemer’.
(Met ingang van 1 januari 2014 kunnen geen nieuwe loonstamrechten meer ontstaan.)
In verband met een staking van zijn onderneming heeft een ondernemer daarbij een stakingslijfrente afgesloten bij een verzekeraar. In verband met een echtscheiding, kwam de vraag naar voren of deze lijfrente onderling verdeeld kan worden, of dat deze 'verknocht' is aan de toenmalige ondernemer.
Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.