Minister Dijsselbloem geeft aan dat naast artikel 56 van het VWEU enkele specifieke Europese richtlijnen relevant zijn voor de beantwoording van de vraag of het provisieverbod in strijd is met Europees Unierecht. Het betreft de richtlijn verzekeringsdistributie , de richtlijn hypothecair krediet en de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 (MiFID II).
Richtlijn
De richtlijn Verzekeringsdistributie is gericht op minimumharmonisatie en belet lidstaten niet om strengere voorschriften ter bescherming van klanten te handhaven of in te voeren in hun nationale regelgeving.
De strengere voorschriften moeten wel in overeenstemming zijn met de voorwaarden uit de richtlijn en met het Unierecht. Dit betekent dat de strengere regels (1) gerechtvaardigd moeten zijn vanwege een dringende reden van algemeen belang en (2) geschikt moeten zijn om het nagestreefde doel te realiseren. Verder dienen de voorschriften (3) niet-discriminerend te zijn en (4) mogen de voorschriften niet verder gaan dan voor het bereiken van het doel nodig is (noodzakelijkheid en evenredigheid).
Motivering voldoen criteria
Het provisieverbod voor financiëledienstverleners voldoet aan de genoemde eisen.
(1) Het provisieverbod is gerechtvaardigd vanwege een dringende reden van algemeen belang, aangezien het provisieverbod tot doel heeft om consumenten te beschermen. Voorkomen wordt dat financiëledienstverleners niet in het belang van de consument handelen door de prikkels die van provisies kunnen uitgaan weg te nemen. Provisies kunnen een prikkel geven aan een financiëledienstverlener om zich in haar dienstverlening te laten leiden door andere belangen dan het klantbelang, bijvoorbeeld door het product met de hoogste provisie te adviseren aan de klant. Bovendien kunnen provisies ervoor zorgen dat al bij het samenstellen van het assortiment een voorselectie wordt gemaakt op basis van de hoogte van de provisies die de tussenpersoon zal ontvangen. Deze voorselectie bepaalt uit welke financiële producten de klant vervolgens kan kiezen of voor zijn rekening kan worden gekozen.
(2) Het provisieverbod is geschikt om dit doel te bereiken, omdat het provisieverbod genoemde risico’s voor de klant wegneemt.
(3) Het provisieverbod is bovendien niet-discriminerend, aangezien het provisieverbod van toepassing is op zowel financiëledienstverleners die gevestigd zijn in Nederland als op buitenlandse financiëledienstverleners die op de Nederlandse markt actief zijn.
(4) Het provisieverbod is daarnaast noodzakelijk en evenredig omdat andere maatregelen zoals provisietransparantie niet tot het gewenste resultaat hebben geleid, blijkens de evaluatie van de provisieregelgeving in 2010. Het provisieverbod is dan ook noodzakelijk om de consument te beschermen. Het Nederlandse provisieverbod is derhalve niet strijdig met het Europees Unierecht.
Download: "Kamerbrief" (Word, 3 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99