MijnFintool

Nieuws

Onderzoek SVB gebruik en niet-gebruik OBR

Staatssecretaris Klijnsma informeerde de Tweede Kamer over het onderzoek naar het (niet-) gebruik van de Tijdelijke regeling Overbruggingsuitkering AOW (OBR).

Download:

Kern van de OBR
De regeling is bedoeld voor mensen met een laag inkomen die op of voor 1 januari 2013 reeds deelnamen aan een VUT- en prepensioenregeling of een vergelijkbare regeling en zich niet hebben kunnen voorbereiden op de voor hen geldende verhoging van de AOW-leeftijd. Uitgangspunt daarbij is dat de draagkracht getoetst wordt in de periode vóór dat men 65 jaar wordt door een entreetoets op inkomen en vermogen. Als men meer inkomen of vermogen heeft dan de gestelde grenzen, dan is de aanname dat er voldoende financiële reserves zijn of kunnen worden opgebouwd om het inkomensverlies zelf op te vangen. De regeling moet compensatie bieden voor inkomensverlies tussen het einde van de VUT- of prepensioenregeling en de verhoogde AOW-leeftijd.

De OBR biedt voor deze periode een minimumvoorziening. Inkomen van de aanvrager en zijn partner wordt tijdens de overbruggingsperiode (zoals pensioeninkomen) geminderd op de overbruggings- en partneruitkering.

Profiel niet-gebruik
Uit de analyse is gebleken dat er een groep van personen is die door de SVB bevorderd is, geen aanvraag heeft gedaan, maar mogelijk wél recht zou hebben gehad op een OBR-uitkering (niet-gebruik). Uit de gegevens blijkt dat in 2013 en 2014 een groot deel van het niet-gebruik voor kwam bij paren van wie een van de partners gedurende de overbruggingsperiode over een inkomen beschikte dat te hoog is om een OBR of OBR partnertoeslag aan te vragen. Door de afschaffing van de partnertoeslag blijven bij de niet-gebruikers in 2015 vooral paren en alleenstaanden met een laag inkomen over.

Conclusie
Per saldo kan gesteld worden dat het lagere gebruik van de OBR verklaard kan worden doordat de potentiële doelgroep veel kleiner was dan bij de initiële raming verondersteld was, doordat de potentiële doelgroep het overbruggingsprobleem (gedeeltelijk) zelf heeft opgelost en doordat er sprake was van niet-gebruik.
De beoogde doelgroep van de OBR is beter in staat gebleken om het AOW-gat op te vangen dan aanvankelijk gedacht.

Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep heeft op 18 juli 2016 in een aantal uitspraken beslist dat de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen is toegestaan. Een tijdelijk verlies aan inkomen (AOW-gat) van één maand levert geen onevenredig nadeel op voor de pensioengerechtigde. Daarnaast is de Centrale Raad onder meer van oordeel dat met de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd in het algemeen een behoorlijk evenwicht is behouden tussen het algemene belang van de samenleving en de individuele belangen van pensioengerechtigden. De AOW-leeftijd wordt geleidelijk aan verhoogd en er is een compensatieregeling voor pensioengerechtigden met weinig inkomen en vermogen. Er is niet uitgesloten dat in specifieke individuele gevallen mogelijk wel sprake kan zijn van een onevenredig nadeel. In de zaken waarin de Centrale Raad nu heeft beslist, was dat echter niet het geval of was dat nog niet vast te stellen.

Bron: Rijksoverheid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

05 sep 2016

Laatst gewijzigd

05 sep 2016

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1