MijnFintool

Nieuws

Kifid: zorgplicht en financieringsvoorbehoud

De vraag die in onderhavige casus voorligt is of de adviseur zich als een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur heeft gedragen. Consument is met de adviseur een overeenkomst tot dienstverlening aangegaan. De opdracht tot dienstverlening is een overeenkomst van opdracht zoals omschreven in artikel 400 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Deze overeenkomst is een inspanningsverbintenis en geen resultaatsverbintenis. De opdracht aan de Adviseur was om te bemiddelen en te adviseren bij de door Consument gewenste geldlening in verband met de door hem aangekochte woning. Deze taak houdt meer in dan alleen onderzoek doen. In beginsel is er een zorgplicht tot waarschuwen over het verstrijken van een fatale termijn, indien er géén aankoopmakelaar bij de koop betrokken is. De Commissie oordeelt dan ook dat het tot de taak van de Adviseur behoorde om de geldende termijnen in de gaten te houden. Consument heeft de Adviseur juist ingeschakeld om een beroep te kunnen doen op zijn deskundigheid. Hier heeft Consument een vergoeding voor betaald. Bovendien staat vast dat de Adviseur - een dag na het verstrijken van deze termijn - contact heeft opgenomen met de makelaar van de verkopende partij. De Adviseur heeft deze rol derhalve ook naar zich toegetrokken.  

Eigen schuld
De Commissie oordeelt dat ook sprake is van eigen schuld aan de zijde van Consument. Nu op 23 juni 2015 nog geenszins vaststond dat de gevraagde lening zou worden verstrekt, had ook Consument zelf rekening kunnen houden met het verstrijken van een fatale termijn en passende maatregelen kunnen nemen. De Commissie is derhalve van oordeel dat het in dit geval tevens tot de verantwoordelijkheid van Consument behoorde om de termijn voor het inroepen van het financieringsvoorbehoud in de gaten te houden en tijdig te verlengen, ondanks dat hij een Adviseur in de arm had genomen om zijn belangen te behartigen. De ontstane schade is dan ook mede het rechtstreeks gevolg van het handelen of nalaten van Consument.

Verdeling
Het bovenstaande in acht nemende, oordeelt de Commissie dat het gegeven de feiten en omstandigheden redelijk en billijk is dat de kosten van de door de kantonrechter opgelegde boete, te weten € 14.000,-, voor 50% voor rekening komt van de Adviseur en voor 50% voor rekening van Consument. Dit leidt tot de conclusie dat de Adviseur een bedrag van  € 7.000,- aan Consument dient te betalen.

Lees hier de volledige uitspraak.

 

Bron: Kifid

 

 

Modules & dossiers

Opvoerdatum

07 sep 2016

Laatst gewijzigd

07 sep 2016

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1