De rechtbank oordeelt dat in elk geval sprake is van een fictieve dienstbetrekking in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964 (de Wet LB) en er dus geen ruimte is om de in verband met deze dienstbetrekking gemaakte kosten in aftrek te brengen.
Lees hier de volledige uitspraak.
Fictief dienstverband
Partijen zijn met elkaar een rechtsverhouding overeengekomen waarbij [X] zijn/haar bemiddelingsactiviteiten op het gebied van assurantiën en financiële diensten in de ruimste zin met ingang van 01-04-2011 (aanvangsdatum) niet anders uitoefent dan in de hoedanigheid van subagent (onderbemiddelaar) van [B] . Het is [X] gedurende de looptijd van deze overeenkomst niet toegestaan om zelfstandig agentschappen bij verzekeringsmaatschappijen of financiële instellingen te hebben. De volledige geldstroom (uit provisies en of facturatie) die verkregen word vanuit de subagent portefeuille dient via [B] te verlopen, tenzij partijen schriftelijk anders overeenkomen.
Kosten
Nu de werkzaamheden die [X] voor [B] heeft verricht aangemerkt moeten worden als werkzaamheden verricht in (fictieve) dienstbetrekking, is er geen ruimte om in verband met deze dienstbetrekking gemaakte kosten in aftrek te brengen.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99