De bank heeft tot 2008 echter niet voorzien en niet hoeven voorzien wat er met de woningmarkt zou gaan gebeuren. Op haar rustte ter zake dan ook geen waarschuwingsplicht. Vast staat dat de bank bij het aangaan van de financiering in 2009 wel heeft gewaarschuwd.
In 2003 bedroeg de hypotheek € 230.000 (+ € 25.000). Deze is nadien uiteindelijk in een aantal stappen verhoogd naar €230.000 (+€ 120.000). Op dat moment stond de woning al in de verkoop.
De bank heeft zich bij de verstrekking van de financiering gebaseerd op de in het taxatierapport van januari 2008 getaxeerde executiewaarde van € 432.000,-- en de vraagprijs van € 435.000,--.
Waarschuwing opeetconstructie
Bij ‘Opeetconstructie’ staat onder het kopje “schommelingen in de waardeontwikkeling van uw woning” op pagina 3 vermeld:
“ Bij een waardedaling van uw woning bestaat de mogelijkheid dat de woning bij (gedwongen) verkoop minder opbrengt dan het totale financieringsbedrag (waaronder de Opeetconstructie). In dit geval kan er voor u een schuld na verkoop van de woning resteren.”
Executiewaarde <75%
De ophogingen van de kredieten van € 25.000,-- naar uiteindelijk € 120.000,-- zijn ook niet verstrekt op basis van het inkomen van [X] , maar op basis van de overwaarde van de woning (‘opeetconstructie’). De bank heeft de financiering steeds onder de 75% van de executiewaarde gehouden.
Hypotheekgever was bekend met opeetconstructie
Dat het ging om een opeetconstructie is ook in de kredietoffertes en overeenkomsten als zodanig opgenomen. Tevens is hierin opgenomen dat [X] bekend is met de risico’s die hieraan zijn verbonden, waarbij zij tevens heeft verklaard zich bewust te zijn van deze risico’s en deze acceptabel te achten. De offertes zijn alle door [X] getekend.
[X] heeft erkend dat de bank haar heeft gewezen op het risico dat zij haar woning zou moeten verkopen. [X] verwijt het de bank met name dat zij niet heeft gewaarschuwd dat er een restschuld zou kunnen ontstaan.
Beslissing rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de bank dit verwijt (restschuldrisico) niet valt te maken. De restvordering van de bank op [X] bedraagt € 108.055,44.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99