De belastingplichtige was een huurovereenkomst aangegaan met zijn werkgever voor gebruik tijdens de vakantie.
Op grond van het bepaalde in artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) wordt, indien ook voor privédoeleinden een auto ter beschikking is gesteld, het voordeel op kalenderjaarbasis gesteld op ten minste 25 percent van de waarde van de auto indien de auto niet meer dan 15 jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen. De auto wordt in ieder geval geacht ook voor privédoeleinden ter beschikking te zijn gesteld tenzij blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis voor niet meer dan 500 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt. Het voordeel wordt, op grond van artikel 13bis, lid 9, van de Wet, in aanmerking genomen voor zover het uitgaat boven de vergoeding die de werknemer voor het gebruik voor privédoeleinden is verschuldigd.
Naar het oordeel van het Hof heeft de Rechtbank met juistheid overwogen dat de door belanghebbende gereden vakantiekilometers privékilometers vormen. Dat dienaangaande een “huurovereenkomst” is gesloten tussen belanghebbende en de werkgever maakt dat niet anders. De door belanghebbende aan de werkgever betaalde bedragen zijn terecht als vergoeding voor privégebruik door de Inspecteur aangemerkt en als zodanig in mindering gebracht op het in aanmerking genomen voordeel.
Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Rechtspraak.nl
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99