MijnFintool

Nieuws

Vragen over Macro Economische Verkenning (MEV) 2017

De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de Macro Economische Verkenning (MEV) 2017. Hieronder een beknopte selectie uit maar liefst 115 vragen op het gebied van werkgelegenheid, woningmarkt en fiscaliteit.

Vraag 36
Zijn deze maatregelen om de scheefwoners aan te pakken effectief gebleken? Hoeveel scheefwoners hebben sinds 2010 hun huurhuis verlaten en zijn overgestapt naar de private huur of een koopwoning ?
Antwoord op vraag 36
Het aantal goedkope scheefwoners is gedaald van 790 duizend in 2009 tot 530 duizend 2015. Deze daling is gedeeltelijk toe te schrijven aan beleid zoals de inkomensafhankelijke huurverhogingen en de toewijzingsregels waarbij minimaal 90% van de nieuwe huurders bij corporaties tot hun eigen doelgroep moet behoren. Een ander gedeelte van de afname hangt samen met dalende inkomens waardoor zittende huurders die in 2009 niet tot de doelgroep behoorden dat in 2015 wel deden.

Vraag 39
Hoe groot is de rol van de lage rente op de hoogte van de wisselkoers van de euro? Hoe groot is de rol van de lage rente op de hoogte van de huizenprijzen? Creëert de negatieve rente niet een bubbel in de huizenmarkt? Gesteld wordt dat een negatieve rente op de lange termijn niet houdbaar is. Voor welke termijn is een negatieve rente wel houdbaar?
Antwoord op vraag 39
Het verklaren van de wisselkoers is geen eenvoudige zaak gebleken empirisch. De wisselkoers reflecteert in beginsel de relatieve posities van economieën. Het absolute niveau van de rente is daarmee minder relevant. Vooralsnog heeft de lage rentestand nog niet tot bubbelvorming op de woningmarkt geleid, aangezien reeële huizenprijzen nog altijd 22% lager liggen dan voor de crisis. Een zeer lage of negatieve rente gaat echter wel gepaard met risico's op dit gebied.
Op korte termijn kan de rente negatief zijn, maar niet teveel. Dan kiezen mensen ervoor om hun spaartegoeden van de bank te halen en cash aan te houden. Op langere termijn zijn economische factoren belangrijk en zal herstel van de economie gepaard gaan met oplopende inflatie en
nominale rente. Een termijn hiervoor is moeilijk te bepalen.

Vraag 42
Kunt u een verklaring geven voor het feit dat de werkloosheid in 2017 stabiliseert?
Antwoord op vraag 42
In de MEV raming verwachtten we dat vanaf de tweede helft van dit jaar bedrijven voorzichtiger zijn met het aannemen van personeel, waardoor de groei van de werkgelegenheid in 2017 afzwakt. Tegelijkertijd neemt het arbeidsaanbod verder toe. Dit zorgt ervoor dat dat de werkloosheid stabiel blijft.

Vraag 50
Op hoeveel wordt de behoefte aan nieuwbouwwoningen geschat en hoeveel wordt er daadwerkelijk aangeboden?
Antwoord op vraag 50
De afgelopen jaren zijn ongeveer 50.000 nieuwbouwwoningen per jaar opgeleverd. Voor de crisis waren dit 70 à 80.000 woningen per jaar. Zowel het aanbod van woningen (door bouwrestricties) als de vraag naar woningen (door subsidiëring via de hypotheekrenteaftrek en huurtoeslag,
huurprijsregulering en woningcorporaties) worden in belangrijke mate bepaald door beleid.
Doordat de koopmarkt en de geliberaliseerde huurmarkt geen beperkingen kennen, komen vraag en aanbod naar huur- en koopwoningen ongeveer overeen. Gegeven het woningmarktbeleid kan dus niet worden gesproken van een latente behoefte aan (nieuwbouw)woningen.

Vraag 53
Kunt u verklaren waarom de groei van de werkgelegenheid in de markt en de zorg in 2017 nog maar net voldoende zijn om de groei van het arbeidsaanbod op te vangen, ondanks de vergrijzing?
Antwoord op vraag 53
Dit komt doordat ondanks de vergrijzing het arbeidsaanbod nog steeds toeneemt. Dit is onder andere het gevolg van beleid (zoals de verhoging van de AOW leeftijd) en de trendmatige stijging van het arbeidsaanbod (vooral van ouderen en vrouwen). Daarnaast stijgt de werkgelegenheid in
de zorg nauwelijks, ondanks de vergrijzing, onder invloed van beleid.

Vraag 58
Wat is het effect geweest van de Wet Werk en Zekerheid op de mate van ontslagbescherming van tijdelijke en vaste contracten?
Antwoord op vraag 58
Het CPB heeft in 2013 het effect op de OESO-indicator voor ontslagbescherming doorgerekend en concludeerde in de CPB Notitie van 27 november 2013 dat het gemiddelde niveau van de bescherming voor werknemers met een vast contract volgens de OESO-indicator ongewijzigd op
2,9 bleef. Voor werknemers met een tijdelijk contract nam de bescherming licht toe: voor deze groep steeg de indicator van 1,2 naar 1,4. Deze doorrekening is nog steeds relevant; de OESO indicator is slechts beschikbaar tot en met 2013. Achter het gemiddelde effect gaan verschillende
effecten voor verschillende groepen werknemers schuil. De bescherming nam vooral af bij werknemers die voorheen via de kantonrechters route zouden zijn ontslagen en een lang dienstverband hebben.

Vraag 64
Welke rol speelt de rente in het herstel van de woningmarkt? Hoe is de daling van het aantal te koop staande woningen te verklaren?
Antwoord op vraag 64
De rente is een belangrijke determinant van de woonlasten van huishoudens in een koopwoning, en de lage rente wordt daarom in combinatie met het lage prijspeil gezien als een drijvende kracht achter het herstel van de woningmarkt. De daling van het aantal te koop staande woningen is te
verklaren doordat meer woningen worden verkocht dan dat nieuw aanbod van bestaande woningen en nieuwbouwwoningen wordt toegevoegd. Het aantal te koop staande woningen ligt nog altijd hoger dan voor de crisis, en de daling van het aanbod moet dan ook worden gezien als
een gezonde ontwikkeling in een zich herstellende woningmarkt.

Vraag 65
Welke knelpunten aan de aanbodzijde zorgen voor de gematigde woningbouwproductie in 2016?
Antwoord op vraag 65
De capaciteit om nieuwe projecten te starten is tijdens de crisis ingeperkt, doordat de vraag naar nieuwbouwwoningen toen laag was. Het kost tijd om de capaciteit weer te vergroten.

Vraag 67
Kunt u nader toelichten waarom de consumptiegroei achterblijft bij de toename van het beschikbaar inkomen?
Antwoord op vraag 67
De consumptiegroei blijft achter bij de toename van het beschikbaar inkomen, waardoor individuele besparingen toenemen. Dit komt deels door onzekerheid over het economische herstel, waardoor mensen liever een buffer opbouwen dan hun extra inkomen geheel consumeren.
Daarnaast benutten huishoudens de mogelijkheid om hun vermogenspositie te herstellen na de tik van de crisis en neemt het huizenvermogen toe.

Vraag 72
Kunt u verklaren waarom ontmoedigden hun terugkeer op de arbeidsmarkt uitstellen?
Antwoord op vraag 72
De werkloosheid daalt weliswaar, maar het niveau van de werkloosheid is nog steeds relatief hoog ten opzichte van het aantal vacatures. Dit stimuleert nog niet alle ontmoedigden om weer te gaan zoeken naar werk.

Vraag 90
Wat zijn de kosten voor de schatkist, om de afbouw arbeidskorting in 2017 geheel af te schaffen? En hoeveel is dat voor de algemene heffingskorting?
Antwoord op vraag 90
Het afschaffen van de afbouw van de arbeidskorting zou een lastenverlichting betekenen van ca. 2,7 mld euro in 2017. Het afschaffen van de afbouw van de algemene heffingskorting zou een lastenverlichting betekenen van ca. 6,3 mld euro in 2017.

Download: "Vragen en antwoorden" (pdf, 116 pagina's)

 

Bron: Rijksoverheid

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1