Geen bijzondere omstandigheid
De keuze voor ondernemingsvermogen dan wel privévermogen kan volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad slechts worden herzien als sprake is van zogenoemde bijzondere omstandigheden. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij een ingrijpende verbouwing in verband met de werkruimte. Het arrest van 12 augustus 2016 is als zodanig geen bijzondere omstandigheid die rechtvaardigt om een eerder gemaakte keuze te herzien.
Aangifte 2015
Wel betekent dit bijvoorbeeld dat een in 2015 gestarte ondernemer die in zijn aangifte over 2015 het huurrecht niet als ondernemingsvermogen heeft aangemerkt maar – al dan niet impliciet – als privévermogen (en dus geen aftrek van huurkosten heeft geclaimd) op die keuze kan terugkomen zolang de aanslag inkomstenbelasting 2015 nog niet onherroepelijk vaststaat. Het voorgaande laat onverlet dat het zeker niet ondenkbaar is dat er de komende tijd verzoeken bij de Belastingdienst zullen binnenkomen, waarin – ondanks het ontbreken van bijzondere omstandigheden – toch wordt verzocht om het toestaan van de aftrek. Juridisch is dat echter geen houdbare stelling.
Dit arrest betekent dat IB-ondernemers en resultaatgenieters met een huurwoning, onder voorwaarden, een voordeel kunnen genieten. De IB-ondernemers en resultaatgenieters met een koopwoning die als hoofdverblijf dient en tevens een onzelfstandige werkruimte bevat, hebben dit voordeel in de winst- en resultaatsfeer in materiële zin niet. Immers, zij merken die woning in de praktijk zelden aan als ondernemingsvermogen omdat anders bij de verkoop van de woning de waardeverandering van de koopwoning in box 1 (progressief) wordt belast. Zij trekken dan ook ter zake van die koopwoning geen kosten af in de winst- of resultaatsfeer. De facto ontstaat door het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2016 in de winst- en resultaatsfeer een grotere tegenstelling tussen koop en huur.
Aankondiging derde nota van wijziging Belastingplan 2017
Staatssecretaris Wiebes heeft aangegeven dat er een nota van wijziging wordt voorbereid, waarin – kort gezegd – wordt voorgesteld de behandeling van IB-ondernemers en resultaatgenieters met een onzelfstandige werkruimte in een huurwoning in lijn te brengen met de huidige praktijk ten aanzien van IB-ondernemers en resultaatgenieters met een onzelfstandige werkruimte in een koopwoning. Hierdoor worden zij binnen de winst- en resultaatsfeer materieel hetzelfde behandeld. De opbrengst van die maatregel wordt aangewend voor een verruiming van de aftrekmogelijkheid van bepaalde gemengde kosten voor IB-ondernemers en resultaatgenieters.
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99