MijnFintool

Nieuws

Vragen en antwoorden Belastingplan 2017

Staatssecretaris E.D. Wiebes heeft uitgebreid antwoorden gegeven op vragen van de commissie, gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 31 oktober 2016, over het pakket Belastingplan. Zo wordt o.a. ingegaan op de gebruikelijkloonregeling, tijdklemmen (KEW, SEW, BEW), uitfasering pensioen eigen beheer en het overgangsrecht schenkingsvrijstelling.

Als download is onderaan een Word bestand beschikbaar waarin de meest 'relevante' delen gearceerd zijn. Hieronder een beknopte samenvatting.

Gebruikelijkloonregeling

De versoepeling van de gebruikelijkloonregeling houdt in dat het loon van dga’s van innovatieve start-ups op het wettelijke minimumloon mag worden gesteld. Als de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat het loon op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan het wettelijke minimumloon, dan wordt dit lagere bedrag in aanmerking genomen. Daarmee is afwijken van het wettelijke minimumloon dus mogelijk en is een afzonderlijke tegenbewijsregeling niet nodig.

Bouwterreinen in de btw

Een bouwterrein dat vóór 1 januari 2017 kwalificeert als bouwterrein, is ook na inwerkingtreding van deze aanpassing een bouwterrein. Na 1 januari 2017 is voor alle belastingplichtigen doorslaggevend de beoordeling van alle omstandigheden die heersen op de datum van levering – met inbegrip van de intentie van partijen, als deze wordt ondersteund door objectieve gegevens – waaruit kan blijken dat op die datum het betrokken terrein daadwerkelijk bestemd is om te worden bebouwd.

Aftrek van huurderlasten

De Hoge Raad heeft in zijn arrest een uitleg gegeven van de huidige wetgeving en dit heeft gevolgen voor de ondernemer voor de inkomstenbelasting (IB-ondernemer) en de resultaatgenieter. Het arrest vormt dus geen directe aanleiding om de wet aan te passen. Daarnaast heeft deze uitspraak geen terugwerkende kracht. Bestaande gevallen kunnen geen aanspraak maken op deze aftrek, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.
Ter voorkoming van misverstanden wijs ik erop dat de betreffende nota van wijziging ziet op de situatie vanaf 2017 en derhalve geen terugwerkende kracht heeft.

Tijdklemmen

Het algeheel bieden van een mogelijkheid om een kapitaalverzekering eigen woning (KEW), een spaarrekening eigen woning (SEW), een beleggingsrekening eigen woning (BEW) of een Brede Herwaarderingskapitaalverzekering vroegtijdig tot uitkering te laten komen, kan gevolgen hebben voor de aanbieders van deze producten. Het geheel afschaffen van de tijdklemmen vergt dan ook een zorgvuldige voorbereiding en overleg met betrokkenen. Daarom is aan De Nederlandsche Bank (DNB) de vraag voorgelegd wat de impact van het geheel vervallen van de tijdklemmen zou zijn op aanbieders van de genoemde producten. In een eerste reactie geeft DNB aan dat naar verwachting het vervallen van de fiscale klemmen geen nadelige impact zal hebben voor banken. Ten aanzien van verzekeraars merkt DNB op dat naar verwachting de impact gering is wat betreft de KEW-polissen; voor de overige kapitaalverzekeringen bij verzekeraars wordt ook een geringe impact verwacht, maar deze verwachting is met meer onzekerheid omgeven. Mede daarom zal voordat daadwerkelijk tot een dergelijke maatregel wordt overgegaan overleg met de aanbieders van de betreffende producten plaatsvinden om de gevolgen beter te kunnen inschatten.

Het aflossen van een hypotheek met bijvoorbeeld spaargeld kan wel gevolgen hebben voor de belastbaarheid van een uitkering uit KEW, SEW of BEW. Dat is niet het gevolg van de tijdklemmen, maar dit is vanwege de wettelijke eis dat een uitkering uit KEW, SEW of BEW moet worden gebruikt om af te lossen op de eigenwoningschuld. Als een hypotheek waaraan een KEW, SEW of BEW is gekoppeld geheel uit andere middelen – zoals met spaargeld – wordt afgelost en er bij uitkering van de betreffende KEW, SEW of BEW geen eigenwoningschuld meer resteert, dan is het rendement in de uitkering (de uitkering verminderd met de ingelegde premies of stortingen) belast. Het is echter niet gewenst om de eis dat de uitkering uit KEW, SEW of BEW moet worden aangewend voor aflossing van de eigenwoningschuld te laten vervallen. Dat zou immers betekenen dat er een van box 3 vrijgesteld vrij besteedbaar vermogen kan worden opgebouwd. Er bestaat dan geen ratio dit vermogen op andere wijze te behandelen dan ander regulier vermogen dat wel in box 3 wordt belast.

Overgangsrecht schenkingsvrijstelling

De verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor de eigen woning van maximaal € 100.000 die vanaf 1 januari 2017 zal gelden, is een eenmalige vrijstelling. Om er rekening mee te houden dat niet elke schenker in een keer een groot bedrag kan schenken, is besloten dat de vrijstelling kan worden uitgesmeerd over drie opeenvolgende jaren. Het principe van deze vrijstelling is precies hetzelfde als bij de huidige verhoogde vrijstellingen voor kinderen. Het betreft namelijk een eenmalige vrijstelling, eventueel te verdelen over drie opeenvolgende jaren, tot ten hoogste het maximumbedrag. Dit principe komt ook tot uitdrukking in het overgangsrecht. Het vastgelegde overgangsrecht is goed uitvoerbaar vanwege het tijdelijke karakter en omdat het een relatief beperkte groep betreft. Een beperkter en eenvoudiger overgangsrecht voor de schenkingsvrijstelling eigen woning, zou er al gauw op neerkomen dat uitsluitend het bestaande recht wordt gecontinueerd hetgeen inhoudt dat een kind dat voor 2010 gebruik heeft gemaakt van een verhoogde vrijstelling, nog recht houdt op een verhoogde vrijstelling van € 27.500 (de inhaalvrijstelling). Dat zou een aanzienlijke beperking betekenen ten opzichte van het overgangsrecht dat is voorzien in het kader van de verhoogde vrijstelling zoals die per 1 januari 2017 van kracht wordt. Het kabinet is daar dan ook geen voorstander van.
Er zijn ook verschillende redenen waarom niet is gekozen voor een uitgebreider overgangsrecht, bijvoorbeeld een schenkingsvrijstelling eigen woning verminderd met eerdere schenkingen van dezelfde schenker waarvoor een beroep op een verhoogde vrijstelling voor 2017 is gedaan. Een dergelijk verdergaand overgangsrecht zou gepaard gaan met substantiële budgettaire effecten maar bovenal met veel hogere uitvoeringslasten voor de Belastingdienst.

Percentage eigenwoningforfait

De wettelijke indexering van het EWF-percentage vindt plaats aan de hand van de ontwikkeling van het indexcijfer van de woninghuren (stijging van 1,87% voor 2017)  en de ontwikkeling van de woningwaarden (stijging van 3,3% voor 2017). Het aldus geïndexeerde EWF-percentage wordt naar beneden afgerond op 0,05%-punt. Het EWF-percentage voor 2017 bedraagt 0,75%. Dit is ongewijzigd ten opzichte van het jaar 2016.

Downloads: [zie verder onderaan bij Downloads het Word bestand - gearceerde delen]

 

Bron: Rijksoverheid

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1