Voorgesteld wordt de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) zodanig te wijzigen dat voor IB-ondernemers en resultaatgenieters de kosten en lasten die samenhangen met een gehuurde woning volledig van aftrek worden uitgesloten, met uitzondering van de kosten en lasten die zien op een zogenoemde zelfstandige werkruimte (eigen opgang en sanitair). Deze aanpassing is werkbaar, controleerbaar en handhaafbaar voor de Belastingdienst. Op deze wijze wordt tevens bereikt dat belastingplichtigen met een onzelfstandige werkruimte in een huurwoning in de winst- en resultaatsfeer materieel vergelijkbaar worden behandeld als belastingplichtigen met een onzelfstandige werkruimte in een koopwoning.
Deze wetsaanpassing leidt tot een meeropbrengst van € 20 miljoen. Die meeropbrengst wordt teruggesluisd naar IB-ondernemers en resultaatgenieters. Het uitsluiten van de aftrekbaarheid van de huurderslasten bij een onzelfstandige werkruimte vindt plaats in de sfeer van de kostenaftrek. Daarom wordt voorgesteld dat de terugsluis van de meeropbrengst in diezelfde sfeer plaatsvindt. Dat gebeurt door het verruimen van de bestaande mogelijkheid om bepaalde algemene kosten, zoals de kosten van voedsel, drank, genotsmiddelen, representatie, congressen, seminars, symposia en dergelijke, binnen grenzen af te trekken. Deze algemene kosten zijn – kort gezegd – vanaf de eerste euro aftrekbaar, maar voor niet meer dan 73,5%.5 Voorgesteld wordt het percentage van 73,5% te verhogen tot 80% voor IB-ondernemers en resultaatgenieters. De verhoging geldt niet voor aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen lichamen.
Download: "3e nota van wijziging" (pdf, 5 pagina's)
Bron: Rijksoverheid
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99