MijnFintool

Nieuws

Rechtspraak: Echtscheiding en verdeling woning/lijfrente/pensioen

Belanghebbende was in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij echtscheiding is het leeuwendeel van de pensioenrechten en lijfrenteaanspraken aan de ex-echtgenoot toegerekend. Daar tegenover staat dat de woning aan belanghebbende is toegedeeld. De inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende voor haar onderbedeling met betrekking tot de pensioenrechten en lijfrenten is gecompenseerd door overbedeling van de woning. Zij heeft daarom volgens de inspecteur een uitkering genoten als bedoeld in artikel 3.102, derde lid, van de Wet IB, en wel in het jaar volgend na ondertekening van het echtscheidingsconvenant.

Beslissing lijfrente

Wat betreft de verrekening van de lijfrenten oordeelt de rechtbank dat artikel 3.102, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet IB wel van toepassing is. De inspecteur heeft belanghebbende hiervoor terecht belast in het jaar volgend op de ondertekening van het echtscheidingsconvenant. De uitkering is eerst in dat jaar genoten ten gevolge van de levering van de woning.

Paragraaf 4.9

Wat betreft de verrekening van de lijfrente overweegt de rechtbank als volgt. Indien lijfrenten worden verrekend in het kader van een echtscheiding wordt hetgeen ter zake wordt ontvangen belast als aangewezen periodieke uitkering en verstrekking ingevolge artikel 3.102, derde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet. Dit geldt alleen voor zover de premies die voor de te verrekenen lijfrente zijn betaald op grond van art. 3.124 van de Wet als uitgave voor inkomensvoorziening van het inkomen zijn afgetrokken.

Schema

Te verdelen lijfrente:    € 158.405    
Verdeling   X   Y
Lijfrente    €   68.659    €       89.746
o.b.v. 50%    €   79.203    €       79.203
Over-/onderbedeling    € -10.544    €       10.544

Moment genieten voordeel?

(Paragraaf 4.12), Voor het antwoord op de vraag op welk moment het voordeel als bedoeld in artikel 3.102, derde lid, van de Wet is genoten, is ingevolge artikel 3.146, eerste lid, van de Wet beslissend op welk moment dit voordeel is ‘ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld, rentedragend of vorderbaar en inbaar’ is geworden. De woning is eerst in volledige eigendom ontvangen bij de levering in 2010. Er heeft zich geen ander genietingsmoment in 2009 voorgedaan. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat de ondertekening van het echtscheidingsconvenant in 2009 geen verrekening is als bedoeld in art. 3.146, eerste lid, onderdeel b, van de Wet. Kenmerkend voor een verrekening als bedoeld in deze bepaling is dat de verbintenissen van beide partijen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet gaan (vgl. art. 6:127, eerste lid, Burgerlijk Wetboek). De ex-echtgenoot moest na ondertekening van het echtscheidingsconvenant nog aan zijn leveringsverplichting tegenover belanghebbende voldoen. Hieruit volgt dat de inspecteur terecht in 2010 een bedrag van € 10.543 ter zake van de verrekening van een lijfrente in aanmerking heeft genomen als aangewezen periodieke uitkering en verstrekking als bedoeld in artikel 3.146, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet.

Beslissing pensioenaanspraken

Wat betreft de verrekening van pensioenrechten oordeelt de rechtbank dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de echtgenoten bij echtscheiding de toepassing van de Wet verevening pensioenrechten hebben uitgesloten. In zoverre is artikel 3.102, derde lid, van de Wet IB daarom niet van toepassing.

Paragraaf 4.8:

Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat de toepassing van de Wet VPS niet is uitgesloten. Ter ondersteuning van haar standpunt verwijst belanghebbende naar het echtscheidingsconvenant. De inspecteur heeft zich ter zitting zonder motivering op het standpunt gesteld dat toepassing van de Wet VPS door belanghebbende en de ex-echtgenoot is uitgesloten. Desgevraagd heeft de inspecteur ter zitting verklaard bij het opleggen van de navorderingsaanslag en voorafgaand aan de zitting niet onderzocht te hebben of dit werkelijk zo is. Hiermee heeft de inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de Wet VPS van toepassing is uitgesloten. De inspecteur is derhalve niet in de bewijslast geslaagd.

 

Bron: Rechtspraak

Modules & dossiers

Opvoerdatum

14 nov 2016

Laatst gewijzigd

14 nov 2016

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1