Volgens artikel A3, eerste lid, onder c, van de Algemene Voorwaarden voor Borgtocht (hierna: de algemene voorwaarden) is de stichting in beginsel bereid, indien als borg een betaling is gedaan aan de geldgever, de vordering ter zake van deze betaling niet bij de geldnemer in te vorderen, voor zover naar zijn oordeel is gebleken dat de geldnemer ten aanzien van het niet kunnen betalen van de lening te goeder trouw is geweest en de geldnemer zijn volledige medewerking heeft verleend om tot een zo goed mogelijke terugbetaling van de lening en een zo hoog mogelijke opbrengst van de woning te geraken.
De ex-huiseigenaar heeft de woning verhuurd zonder toestemming van de bank. In het besluit van 21 april 2015 heeft de stichting verder overwogen dat in de hypotheekakte uitdrukkelijk is vastgesteld dat de woning niet zonder toestemming van de geldverstrekker mag worden verhuurd en dat het voor rekening en risico van de ex-huiseiegnaar komt dat de huurder is gestopt met het betalen van de huurpenningen. Dat de ex-huiseigenaar de intentie had om de achterstanden in zijn betalingen aan de geldverstrekker te beperken, maakt dat niet anders, aldus de stichting.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 10 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2208), is het algemeen belang van de stichting erin gelegen slechts de restschulden van die NHG-participanten kwijt te schelden, die aan de voorwaarden voldoen, ten einde financiële uitputting van het Waarborgfonds te voorkomen. De door de ex-huiseigenaar aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding om zijn belang zwaarder te laten wegen dan het algemeen belang van de stichting.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt de ex-huiseigenaar in het ongelijk. Lees hier de volledige uitspraak.
Bron: Raad van State
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99