MijnFintool

Nieuws

Rechtspraak: aanvullende bewijslast bij ontbinding koopovereenkomst

Een koper die een aankoop van een woning heeft geannuleerd dient aanvullende bewijslast te leveren op last van de rechtbank. De ‘koper’ heeft een beroep gedaan op een financieringsvoorbehoud, welke in beginstel goed gedocumenteerd was met één afwijzing. Vervolgens heeft dezelfde ‘koper’ binnen twee weken een andere woning gekocht. Reden voor de verkoper (van het huis dat niet is afgenomen vanwege financieringsvoorbehoud) bij ‘koper’ alsnog de 10% boete op te eisen.

[gedaagden], de 'koper' die later afzag van de koop
[eisers] de verkoper van de woning die niet is afgenomen door [gedaagden]

4.8.
De rechtbank stelt voorop dat er ingevolge artikel 16 van de koopovereenkomst een inspanningsverplichting op [gedaagden] rustte om de benodigde financiering voor de Woning te verkrijgen. Alleen als [gedaagden] aan hun inspanningsverplichting hebben voldaan, komt hen een beroep toe op de ontbindende voorwaarde.

4.11.
De rechtbank oordeelt als volgt. Bij e-mail van 15 december 2014 hebben [gedaagden] laten weten dat hun financieringsaanvraag niet is goedgekeurd en dat zij de koop daarom wilden ontbinden. Bij die e-mail is een afwijzing van HQ Hypotheken gevoegd. In beginsel hebben [gedaagden] daarmee hun beroep op ontbinding goed gedocumenteerd in de zin van artikel 16.3 van de koopovereenkomst, nu dat artikel voorschrijft dat één afwijzing voldoende is en partijen voorts niet zijn overeengekomen dat alle onderliggende stukken daarbij ook verstrekt dienen te worden. Naar het oordeel van de rechtbank doen echter hetgeen [eisers] hebben aangevoerd en in het bijzonder het vaststaande feit dat [gedaagden] slechts twee weken na het inroepen van de ontbinding een nieuwe koopovereenkomst hebben gesloten voor de aankoop van de woning aan de [adres2] , voor welke woning [gedaagden] uiteindelijk een hypothecaire geldlening van Aegon hebben verkregen voor een aanzienlijk hoger bedrag dan benodigd was voor de aankoop van de woning, twijfel rijzen bij de reden voor het beroep van [gedaagden] op de ontbindende voorwaarde en daarmee ook bij de afwijzing van HQ Hypotheken die [gedaagden] in het geding hebben gebracht. Gelet op die twijfel kan thans dan ook niet op basis van de enkele afwijzing van HQ Hypotheken en de toelichting die [gedaagden] daarop hebben gegeven worden vastgesteld dat [gedaagden] daadwerkelijk voldoende inspanningen hebben verricht voor een geslaagd beroep op de ontbindende voorwaarde. Hiervoor is meer inzicht nodig in de aanvragen die [gedaagden] bij Aegon en HQ Hypotheken hebben gedaan en de stukken c.q. gegevens die zij daarbij hebben verstrekt. Nu op [gedaagden] de bewijslast rust van hun stelling dat zij voldoende inspanningen hebben verricht, zullen zij dan ook worden toegelaten tot het bewijs van die stelling. Het komt de rechtbank geraden voor dat [gedaagden] in het kader van de bewijslevering ook nader ingaan op de vraag waarom Aegon voor de woning aan [adres2] een financiering voor een aanzienlijk hoger bedrag heeft verstrekt en dat [gedaagden] aan de onderbouwing van hun stellingen op dat punt meer handen en voeten geven dan zij tot op heden hebben gedaan.

4.12.
Indien [gedaagden] slagen in het bewijs van hun stelling dat zij voldoende inspanningen hebben verricht om een financiering te verkrijgen, staat daarmee vast dat zij de koopovereenkomst mochten ontbinden op grond van artikel 16.1 van de koopovereenkomst. Alsdan zijn zij niet tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de koopovereenkomst, zodat de vorderingen van [eisers] zullen worden afgewezen.

4.13.
Indien [gedaagden] niet slagen in het bewijs van hun stelling, staat daarmee vast dat zij geen rechtsgeldig beroep op ontbinding van de koopovereenkomst hebben gedaan en is de koopovereenkomst die zij met [eisers] hebben gesloten dus nog van kracht. Anders dan [gedaagden] hebben aangevoerd, kunnen [eisers] zich alsdan op de nakoming van (de bepalingen van) die koopovereenkomst beroepen. Nu tevens vaststaat dat [gedaagden] niet hebben meegewerkt aan levering van de Woning aan hen, zijn [gedaagden] tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit de koopovereenkomst en mochten [eisers] vervolgens de koopovereenkomst op grond van artikel 11.1 ontbinden, hetgeen zij bij dagvaarding hebben gedaan. Op grond van artikel 11.2 van de koopovereenkomst verbeuren [gedaagden] alsdan in beginsel een boete van 10% van de overeengekomen koopsom, te weten € 28.250,00.

Lees hier de volledige uitspraak. Zie paragraaf 4.14 e.v. 'Matiging boete?'

 

Bron: Rechtspraak.nl

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1