Naar verwachting blijft deze vraag ook in de aankomende decennia bestaan. Immers, het aantal eenpersoonshuishoudens blijft voorlopig stijgen, de populariteit van de stad zal nog wel even aanhouden en ook de interesse in duurzaamheid neemt toe.
Dat is reden voor Platform31 om samen met RVO en gemeente Almere een verkenning te doen naar de (on)mogelijkheden van klein wonen in Nederland. Wat verstaan we eigenlijk onder klein wonen? Voor wie is het interessant? Willen we klein wonen meer kans geven? En zo ja, waar lopen we dan tegenaan?
Sinds enige tijd al is de tiny house movement in Nederland actief. Een beweging die gaat over een andere manier van wonen en leven, waarbij vrijheid, onafhankelijk, creativiteit en een kleine ecologische footprint belangrijk zijn. Almere heeft met de Bouwexpo afgelopen zomer het tiny housing meer op de kaart gezet. Veel inzendingen in Almere waren kleine vrijstaande woningen. Maar ook een aantal gestapelde woningen. Dat lijkt dan al meer op een andere trend van klein wonen aan de andere kant van het spectrum, namelijk wonen in tiny apartments, vooral gaande in delen van het land waar de druk op de woningmarkt zeer hoog is. Bij deze microappartementen willen bewoners vooral genieten van het dynamische stedelijke leven (“de stad als woonkamer”) en daar dus zo dicht mogelijk bij of middenin wonen – daar waar de woningprijzen het hoogst zijn. Als dat als consequentie heeft dat concessies gedaan moeten worden aan de grootte van het huis nemen de bewoners dat voor lief.
Of het dus gaat om kleine appartementen of kleine vrijstaande huisjes: in beide gevallen kiezen de bewoners bewust voor een bepaalde leefstijl waarbij woonoppervlak ondergeschikt is aan andere zaken in het leven. Ook spelen in alle gevallen slim ontwerp, communitygevoel en duurzaamheid een rol.
Tiny houses zijn in de regel ‘flexibel’: door hun bouwmethodiek zijn ze snel te realiseren en ook gemakkelijk weer uit elkaar te halen en elders opnieuw op te bouwen, of juist makkelijk verplaatsbaar. Dat heeft invloed op de locaties waar deze woningen neergezet (kunnen) worden. Bijvoorbeeld ook op ‘tijdelijk’ onbebouwde terreinen. Daarmee bieden de woningen kansen om snel op een flexibele / acute woonvraag in te spelen. Maar worden die mogelijkheden wel voldoende benut? Kunnen gemeentelijke procedures deze snelheid ook aan? Welke belemmeringen zijn er verder, naast bijvoorbeeld strenge technische eisen vanuit het bouwbesluit en de moeilijkheid om een hypotheek voor ‘roerende zaken’ te verkrijgen?
Tegelijkertijd is tijdelijkheid niet per se een doelstelling van de bewoners die bewust voor tiny housing kiezen. Ruimtebeleving wel. In tegenstelling tot micro-appartementen, die juist ontstaan op plekken met een hoge dichtheid waar de woningmarkt zeer gespannen is. En daarmee gekenmerkt worden door een zeer hoge m2/prijs. Klein wonen is hier dus meer een compromis dan een wens op zichzelf. Maar ook de vraag naar deze woningen is aanwezig en zal de aankomende tijd alleen maar toenemen. Is dit een wenselijke trend? En zo ja, hoe kan een groter aanbod in dit type woningen gefaciliteerd worden? Welke terechte of onterechte belemmeringen leggen het Bouwbesluit, parkeernormen en financieringseisen in deze context op?
In de praktijk blijkt er nog een flink aantal knelpunten te zijn die de ontwikkeling van kleine woningen bemoeilijken. Om een groter aanbod aan kleine woningen mogelijk te maken, zal met betrokken partijen gekeken moeten worden hoe deze knelpunten op te lossen of te omzeilen.
Bron: Platform31
Fintool
info@fintool.nl
085 111 89 99