MijnFintool

Nieuws

Kifid: niet doorgevoerde mutatie

Een bank is door Kifid in het ongelijk gesteld. Een consument had een klacht ingediend vanwege een niet doorgevoerde mutatie in het verleden (verhoging doelkapitaal).

Lees hier de volledige uitspraak.

Klachtplicht ex 6:89 BW

(4.2) De Bank heeft zich beroepen op artikel 6:89 BW. In dit artikel staat dat een schuldeiser (in dit geval: Consumenten) geen beroep meer kan doen op een gebrek in een prestatie als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar (hier: de Bank) heeft geprotesteerd. Volgens de Bank hebben Consumenten te laat geklaagd en kunnen daarom geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie.

4.3) Hoge Raad

In zijn arrest van 8 februari 2013, LJN BY4600 heeft de Hoge Raad enkele algemene gezichtspunten heeft gegeven voor de toepassing van dit voorschrift. Bij de beantwoording van de vraag of tijdig is geklaagd op de voet van artikel 6:89 BW dient acht te worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waarbij een belangenafweging dient plaats te vinden, waarbij rekening dient te worden gehouden met enerzijds het voor Consumenten ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren zoals in 6:89 BW vermeld (verval van rechten ter zake van de tekortkoming) en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop door Consumenten is geklaagd.  

De Commissie wijst het beroep van de Bank op artikel 6:89 BW in casu af. De Commissie motiveert haar beslissing als volgt. Vaststaat dat  Consumenten zich in januari 2002 voor advies tot de Bank hebben gewend en dat toen door hen is verzocht het doelvermogen van de Meegroeiverzekering te verhogen naar € 182.000,- per verzekering. Op 21 maart 2002 heeft de toenmalige adviseur een intern bericht ontvangen dat de gevraagde verhoging geen doorgang kon vinden omdat de openstaande schuld van de Meegroeihypotheek lager was dan het verzochte doelkapitaal. Volgens de productvoorwaarden is dit niet toegestaan. De inhoud van dit bericht is kennelijk niet met Consumenten gedeeld.

Verdrievoudiging van het doelvermogen

De stelling van de Bank, dat Consumenten redelijkerwijs hadden moeten begrijpen dat een verdrievoudiging van het doelvermogen niet zou kunnen worden gerealiseerd met een dergelijke (geringe) premiestijging, en dat zij dus hadden kunnen vermoeden dat het doelkapitaal niet was verhoogd, volgt de Commissie niet. Zoals Consumenten terecht opmerken kan niet van hen worden verwacht dat zij bekend zijn met welk bedrag de premie dient te stijgen om een bepaald doelkapitaal te realiseren. De berekeningen die aan een levensverzekering ten grondslag liggen zijn doorgaans complex.  
Consumenten mogen er in beginsel vanuit gaan dat de Bank de door hen verzochte wijzigingen doorvoert en dat, indien de wijziging om wat voor reden dan ook niet mogelijk is, dit aan hen wordt gecommuniceerd. Gelet op de schriftelijke communicatie die in dat kader aan Consumenten is verstrekt hadden zij geen enkele aanleiding te veronderstellen dat de door hen gevraagde wijziging niet correct is uitgevoerd. Zo wordt in de uitgereikte polisbladen enkel vermeld dat een wijziging van de verzekering heeft plaatsgevonden, echter wordt niet aangegeven wat voor wijziging het betreft en evenmin wordt een doelkapitaal van de verzekering genoemd  

Verificatievragen

De Commissie stelt vast dat Consumenten verificatievragen hebben gesteld en dat de adviseurs van de Bank deze bevestigend hebben beantwoord. Als de Bank zich op een juiste wijze van haar taak had gekweten, dan had was de fout waarschijnlijk eerder ontdekt. Consumenten mochten in het kader van de in artikel 6:89 BW besloten onderzoeksplicht en de aard van de rechtsverhouding, waarbij de Bank heeft te gelden als deskundige partij, afgaan op de geruststellende mededelingen van de Bank.

4.7) Voorts ziet de Commissie het gestelde bewijsnadeel van de Bank niet. Dat de Bank dergelijke informatie uit 2002 in een nog lopende overeenkomst niet meer kan reproduceren komt, gelet op haar rol als professionele partij bij de overeenkomst, voor haar rekening. Gelet op deze feiten en omstandigheden verwerpt de Commissie het beroep op artikel 6:89 BW.

Verjaring ex 3:310 lid 1 BW

4.8) De Commissie stelt voorop dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart op grond van artikel 3:310 lid 1 BW door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. De eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon betreft een daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet volstaat (HR 9 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1688; HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6241). De Commissie stelt vast dat Consumenten in augustus 2014, op het moment dat door de  Bank in een e-mailbericht de hypothecaire geldlening werd aangehaald, de Bank kort daarna aansprakelijk hebben gesteld. Niet valt in te zien dat er bij Consumenten op eerder tijdstip sprake was van bekendheid met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon, zodat geoordeeld moet worden dat hun aanspraak op schadevergoeding is verjaard. Dat aan Consumenten jaarlijks overzichten zijn verstrekt, maakt dit niet anders.

Bron: Kifid

Modules & dossiers

Opvoerdatum

10 jan 2017

Laatst gewijzigd

10 jan 2017

Reacties

Er zijn (nog) geen reacties op dit artikel

Reageren? Graag eerst inloggen.

Permanent Actueel met Fintool?

Als professioneel financieel adviseur moet en wilt u bijblijven en dat het liefst in zo weinig mogelijk (kostbare) tijd. Dat kan nu met Fintool.nl! Meld u nu aan als abonnee en krijg direct toegang tot de Kennisbank en Helpdesk.
Lees verder

Fintool bv © 2003/2025. Alle rechten voorbehouden.
Lees graag de leveringsvoorwaarden en het privacy reglement.

1
1